Tuesday, June 3, 2008

Primeurs juli/aug 2001

Of Honneurs de eer des huizes heeft opgehouden, is geheel ter beoordeling des lezers, maar hij heeft mij – de vele verwijzingen in mijn richting ten spijt – hoe dan ook geen eer bewezen. Ik had namelijk lekker vrijblijvend willen zeiken over eurologen, eurocommissaris Ödulfus en over eurotiek en europezen als grensoverschrijdende betaalde liefde. Weg gras voor de voeten, maar waar anders dan over geld moet de man nu eenmaal zijn head breken?
Nu was ik helemaal niet van plan om me waar dan ook zorgen over te maken. Het is vakantietijd, tijd van de komkommers en geen tijd voor kommer en kwel. Maar toch, het zit in mijn hoofd en intimi weten dan dat het er bij mij op een of andere manier ooit uit moet komen. Het plan alleen al baart me zorgen, want er is een gerede kans dat een aantal Severinussen not amused zal zijn met deze ontboezeming. Nu ben ik dat wel een beetje gewend en mocht het een kwestie zijn van bad timing, sorry dan, had Honneurs maar van die euro af moeten blijven.

Uitgerekend hartje zomer gaat Primeurs zich op glad ijs begeven, want beste mensen: ik maak me zorgen over het plan. Over het plan in de zorg of nog beter gezegd: over de kwaliteit van de zorg in het plan. Eigenlijk was ik al veel eerder van plan om deze zorg aan de openbaarheid prijs te geven – als openbaarmaking uit de eerste hand dus een ware primeur, Ad - maar ik vond ook dat ik de zorgplanmethodiek een eerlijke kans en in elk geval het voordeel van de twijfel moest gunnen. Alleen al het woord zorgplanmethodiek: een teveel aan kliniek, een te weinig aan muziek.
Ach, misschien maakt het Severinusbreed geen snars uit wat ik ervan vind en zal er wellicht geen mens van wakker liggen, maar toch: volgens mij is er in vele opzichten en op vele werkplekken een wat scheve verhouding tussen de energie en tijd die wordt besteed aan het zorgplan en alles wat dat met zich meebrengt enerzijds, èn de omgang, begeleiding, ondersteuning en waar nodig zorg, die de bewoner als zijnde cliënt rechtstreeks mag ontvangen, anderzijds.
Vooropgesteld: het plan om de zorg meer zorgvuldig te coördineren, te individualiseren en vooral om meer perspectief- en toekomstgericht te anticiperen, valt zonder meer hooglijk te waarderen. Het is een vorm van professionaliseren waarvan de bewoner, de klant, alleen maar van zou moeten profiteren. Zo luidt tenminste het devies van al degenen die zich sterk hebben gemaakt voor deze zorgplanmethodiek.
Maar hoe gaat het in de praktijk van alledag? Zeker is dat vele zorgcoördinatoren worstelen met de administratieve rompslomp en overige verplichtingen die aan deze methodiek vastzitten. De Heilige Drie-eenheid – bewoner, wettelijke vertegenwoordiger, zorgcoördinator - is inderdaad een goede garantie voor persoonsgerichte en vraaggestuurde zorg, maar zou volgens mij toch meer gebaat zijn bij een minder complexe, minder klinische en meer genormaliseerde vormgeving. Waarom Severinusbreed methodisch verplegen – een term die haaks staat op normaliseren – terwijl er in vele woonhuizen nauwelijks sprake is van verplegen, maar veel meer van ondersteunen en begeleiden? Waarom op juist zo’n essentieel, zelfs principieel punt niet gehandeld indachtig het kernpunt van de Severinusvisie: normaal waar het normaal kan, bijzonder waar het bijzonder moet?
De zorgplanadepten zullen erop wijzen dat deze differentiatie in de methodiek is vervat, maar ik ben zo vrij om te stellen dat het veel, zo niet alles van doen heeft met beheersbaarheid, hang naar uniformiteit en dus vrees voor te veel pluriformiteit en recreativiteit. - Dit laatste woord is een persoonlijke uitvinding(rijkheid) in mijn vrije tijd, zoals trouwens dit hele stukkie, dus is al een vorm van recreativiteit op zich -

Het is de discrepantie tussen professionaliseren en normaliseren, de keuze tussen bewoner of cliënt, het dilemma van ieder voor zich en wie en tot hoever voor ons allen. Inderdaad, we moeten ons vak beschermen, we worden beschouwd en betaald (nou ja) als verpleegkundigen, we moeten kwaliteit leveren en zaken vastleggen voor het nageslacht. Maar mag het misschien ietsje minder? Wie legt er thuis dikke dossiers aan van z’n kinderen? En wie haalt het kind van ’n jaar of zes erbij als het wordt besproken in de echtelijke sponde? Natuurlijk, ik mag onze zorg niet gelijkschakelen met een normale gezinssituatie, maar normaliseren betekent wel dat we er zo dicht mogelijk bij moeten blijven. En om de zaak wat te verluchtigen: ik ken nog wel een mens met het talent om de bewonersbespreking te effectueren vanuit het opklapbed…

Niet de vorm, maar de inhoud, de betrokkenheid, een goed ontwikkeld inlevingsvermogen, de kunst om goed te signaleren, te interpreteren en te anticiperen: dàt zijn de peilers waarop onze zorg, begeleiding of ondersteuning moeten rusten. Dit kan dan worden uitgestippeld in een doordacht en overzichtelijk plan, maar wel in die volgorde! Ik bedoel maar, een prachtige zorgplanmethodiek biedt op zich geen enkele garantie voor kwalitatieve zorg en ik besef: dit is een wijdopen deur. Toch lijkt mij hier een waarschuwend woord op zijn plaats. Niet zo heel lang geleden werd in de volksmond nog gesproken van het zorgenkind; moge Orem verhoeden dat we binnenkort moeten spreken van het zorgenplan. Wordt vervolgd?  
 

Posted by heinscatchup in 16:39:11 | Permalink | No Comments »

Primeurs, oktober 2001

Het is tegenwoordig oppassen geblazen. Bedenk daarbij wel dat deze overpeinzingen dateren van medio, eind september en dat er een behoorlijke aanslag is gepleegd op mijn motivatie om me waar dan ook vrolijk over te maken. Ongekende terreur, oorlogsdreiging en jobstijdingen over ernstige ziektes vormen nu niet bepaald de ideale voedingsbodem voor een luchtige noot. Het liefst zou ik passen, me tegelijkertijd afvragend waarom eigenlijk. Het is in dit soort situaties dat voortdurend wordt gewikt en gewogen of iets al dan niet gepast is. Doorgaans wordt daar nauwelijks een punt van gemaakt, anders zou een hoop onzin en rottigheid ons bespaard blijven. In tijden van onheil en rampspoed komt evenwel het fijngevoelige in de mens onweerstaanbaar naar boven. De luidruchtigheid wordt getemperd, de kwaliteit van de muziek- en andere programma’s op radio en tv neemt aanzienlijk toe en zowat iedereen put zich uit in solidariteitsverklaringen. Het is zeer ongepast, maar je zou wat dit aangaat bijna verlangen naar een wereld die in een permanente staat van onheil en rampspoed  verkeert. Ook al zoiets: je moet erg op je woorden passen of jij bent straks zelf de pineut. Één kritisch woord over de islam en – vergeef me de vergelijking - ik verword misschien wel tot de Salman Rushdie van de Lage Landen. Schijnvrijheid, schijnveiligheid, schijnheiligheid: niet slechts in klank overeenkomstig, maar voor eeuwig tot elkaar veroordeeld.

Is het gepast wanneer ik de uitgesproken behoefte van het managementteam aan een vrouwelijke inbreng meteen associeer met verwenzorg, zoals beschreven in de vorige Te Berde? Deze functie kan toch ook tijdelijk worden ingehuurd? En wat te denken van de open brief hierover na een zeer gesloten aanstellingsprocedure? Dat is weer het tegenovergestelde van de gesloten enveloppe na een bijna openbare ontslagaanzegging. Maar hoe reageren de werknemers en de ondernemingsraad  van de winnaar van de Ondernemingstrofee op de al of niet gepaste vraag of dit personeelsbeleid ook nog de schoonheidsprijs verdient? En mocht hier sprake zijn van een ongepaste situatie, wie geeft dan een passend antwoord op de schuldvraag? Volgens mij, overtuigd als ik ben van de wisselwerkingtheorie, komen beide partijen hiervoor in aanmerking. De aandrager van de pasklare oplossing zonder afdoende de achterban te raadplegen, én de achterban c.q. de OR, die heel slecht hebben opgepast, onvoldoende hebben geanticipeerd en pas achteraf schoorvoetend beginnen te morren. En wat valt er te zeggen over de kroonprinsen, die zich lijdzaam lijken te laten welgevallen dat de prinses als vanzelf wordt gekroond?
Maar nogmaals: ik noteer dit eind september en is het wel gepast je hierover druk te maken? Misschien schat ik het wel volstrekt verkeerd in en transformeert de Severinuswerknemer plotsklaps in een niet-aangepaste, strijdvaardige hemelbestormer, geruggensteund door een verrassend ondernemende raad.

Wie weet woedt the war against terror in alle hevigheid wanneer dit de lezer onder ogen komt.
Of heeft de wijsheid, gevoed door de Nieuwe Tegenbeweging – the war against error – een nieuwe aanslag op de menswaardigheid weten te verijdelen?
Je kunt nog zo goed oppassen, de reacties zijn niet te peilen. Ik verwachtte de nodige commotie over mijn zorgvraag aangaande het plan, maar niets van dat alles, althans niet binnen mijn gezichts- of gehoorveld. Nu meen ik me keurig te hebben aangepast aan de heersende situatie en zul je straks zien dat het toch het een en ander heeft teweeggebracht. Je weet het niet.
Te pas of te onpas, het zal wellicht nog blijken. Want eigenlijk – u zult het niet geloven – had ik het over de opmars van de pasjes in Severinusland willen hebben. Een pas – of het nu de pinpas, het paspoort, de Brennerpas of de museumpas is – verschaft je toegang tot iets. Tegenwoordig heb je nagenoeg overal een pas voor nodig, je zou het de pasjesterreur kunnen noemen. Een pas veronderstelt de ongebreidelde toegang, de ongelimiteerde vrijheid, met als summum de passe-partout. De terreurgevoeligheid van de pas is echter bijna identiek ongebreideld. Het is o zo gemakkelijk om iemand de pas af te snijden. De toegang  wordt versperd, de kring gesloten, de deur dichtgeklapt. Van vacature tot geloofsgemeenschap, van CDA-lijsttrekker tot het NAVO-lidmaatschap.
Wanneer de moderne mens zijn passen telt, telt hij zijn zegeningen. Zou het echter niet veel beter zijn om heel goed op je tellen te passen?
 

Posted by heinscatchup in 16:38:51 | Permalink | No Comments »

Primeurs EXTRA (oktober 2001)

Wist u dat er zoiets bestaat als het Asito-gevoel? Jazeker, dat blijkt te bestaan en sterker nog: deze jongen is de kweker, de veroorzaker van dat schone, opgeruimde gevoel! Dat er nu nóg beter en fanatieker wordt gemopt, gesopt, geklopt en gezogen, hebben jullie dus in wezen aan mij te danken. Uit erkentelijkheid ontving ik van Asito een mooie bos bloemen en dat bedoel ik nou!! Dát is nog eens een gepaste reactie op mijn gezever in het kwadraat!! En ik verzeker daarbij aan alle schone makers en vooral schone maaksters dat ik in geen enkel opzicht neerkijk op jullie werkzaamheden, integendeel: wat mij betreft wordt jullie functie hooglijk gewaardeerd. En mag ik jullie als troostrijke gedachte meegeven dat het lezen en aanvoelen van een column ook bij hoger geschoolden en ingeschaalden een kunst is die, gegrepen door betrekkingswaan, slechts weinigen goed verstaan.
Het begint overigens wel flink wat op te leveren ondertussen. Een uitstapje van Het Zilveren Kruis, een reischeque van de NS (net genoeg voor een rondje rond de kerk..) en nu dus een bloemetje van Asito. Het wordt hoe dan ook steeds persoonlijker en dat stemt verwachtingsvol. Zou er nu ook zoiets bestaan als het Rentexgevoel, het Technische Dienstgevoel, het Managementteamgevoel, ja zelfs het PPA-gevoel??! Wordt het dan  niet de hoogste tijd voor een setje schoon ondergoed, een speciale onderhoudsbeurt, een werkvakantie in het buitenland of een gratis diepgaand psychologisch onderzoek voor de schepper van dat speciale saamhorigheidsgevoel??! Trouwens, een nieuw setje (uit)luisterapparatuur is ook nooit weg.
Dus mensen, schroom niet, elk cadeau is welkom!! Dan beloof ik jullie plechtig, dat ik niet zal rusten tot uiteindelijk iedereen is uitgerust met het enige ware, ultieme Severinusgevoel.
 
Posted by heinscatchup in 16:38:28 | Permalink | No Comments »

Primeurs, november 2001

Het kan geen toeval meer zijn, zo vaak als de laatste tijd al het gras voor mijn voeten is weggemaaid op mijn zoektocht naar gepaste onderwerpen voor deze rubriek. Ik heb het al meermalen betoogd: het is eigenlijk van de idiote om iets actueels te berde te moeten brengen, in de wetenschap dat dit pas een kleine maand later wordt gepubliceerd. Toegegeven, het doet je soms stijgen tot profetische hoogten, maar de kans om diep te vallen in herhalingen en miskleunen is vele malen groter.
Ik heb echter besloten om me er niets meer van aan te trekken. Want ook al heeft menig stukjesschrijver zich al geworpen op het taboe dat moet gaan rusten op termen als idioten, debielen(zaten die er trouwens wel bij, of zijn die weer gediscrimineerd?), imbecielen en bedlegerigen - als iemand kan weten waar we het hier over hebben dan ben ik het wel, of niet soms? Dus wat u er tot nu toe ook over heeft gelezen, hier zit de meer-dan-dertig-jaar-ervaringsdeskundige.
Onze minister van Volksgezondheid verbiedt het u om voortaan nog te spreken over onze gehandicapte medemens in voornoemde termen. Van deze brave borst, die al eerder ten strijde trok tegen het roken en het alcoholgebruik, mogen we binnenkort ook geen tiet meer zeggen en zo zou ik u nog wel wat meer woorden in de mond kunnen leggen…
Onlangs nog werd ik aangeschreven als “ Dhr. Meurs met zijn pupillen”. Dit is toch taalgebruik van een oogverblindende, archaïsche schoonheid!! Nog stammend uit de tijd van operante conditionering, van het axioma dat alles kon en moest worden aangeleerd: de bewoner als pupil, oftewel het oog van de meester maakt het paard vet. Maar wie kent nog dit spreekwoord, laat staan de betekenis ervan?
Van pupillen als zijnde bewoners mogen we echter niet meer spreken, van bewoner eigenlijk ook niet meer. Alle modermistische, doorzichtige pogingen tot transparantie ten spijt, hangt het eufemistige taalgebruik als een grauwsluier over de welzijnssector. Zelfs de Taliban zou er nog jaloers op zijn, want er worden hier in het zogenaamde vrije Westen meer woorden versluierd dan vrouwen in Afghanistan.
Ach, in de sector zelf bedienen wij ons al lang niet meer van idiote termen voor onze cliënten. Alleen bij - of all places - de PPA maken ze nog gebruik van testen en schalen waarin vooroorlogse(…?) terminologie hoogtij viert. En juist die PPA wijst ons, en vaak terecht, op achterhaalde, psychologisch en pedagogisch minder verantwoorde omgangsvormen met de cliëntèle.
Betekent dit nu dat er ook geen idioten, randdebielen of imbecielen meer zijn? U hoeft maar om u heen te kijken om te constateren dat de wereld er helaas van vergeven is. Ze zitten alleen niet in een tehuis of inrichting – hoe kan het ook anders met die omgekeerde integratie – maar ze lopen gewoon vrij rond, zij het opgesloten in hun eigen geloofswaanzin, sportverdwazing of andersoortige, idiote kortzichtigheid. En maak ouders van puberende kinderen, vooral in het weekend en tijdens schoolvakanties, maar eens wijs dat er geen bedlegerigheid meer bestaat.

Lieve mevrouw Borst, met uw welnemen reserveer ik de door u verafschuwde termen voor alle waan- en zwakzinnigen in het Midden-Oosten, Ierland, Afghanistan en waar ook ter wereld, die in naam van welk Opperwezen dan ook geweld en terreur prediken en verspreiden. De bedlegerigen zijn dan de blijvend invalide slachtoffers èn de arme stakkers die hun bed niet meer uit durven komen uit angst of omdat ze er niets meer van begrijpen.
Misschien dat u zich, met de overige kabinetsleden, dáár beter druk over kunt maken.
Laat het taalgebruik maar aan ons over.

Posted by heinscatchup in 16:38:03 | Permalink | No Comments »

Primeurs, december 2001

Veel, zo niet alles, gaat teloor. Het kan bijna niet anders dan dat deze openingszin uit de koker komt van een persoon wiens pensioen in zicht komt. En wie in onze contreien denkt aan pensioen, die denkt meteen aan PGGM, oftewel: Pensioenen Garanderen Geen Miljoenen. Of in nog moderner taalgebruik: Pensioenen Genereren Geen Miljoenen, behalve voor het fonds zelve.
Laatst bezocht ik een voorlichtingsbijeenkomst in dit kader en het was opvallend hoe weinig mensen er waren en dan vooral uit, zeg maar, de directe zorg, terwijl de vergrijzing, kaalslag en uitbuiking hier toch onverbiddelijk hebben toegeslagen. Het wemelt er van de veertigers en aankomende vijftigers en toch lieten zij massaal verstek gaan op deze voor hen zeer wel relevante bijeenkomst. Willen ze er niet aan toegeven, het voor zich uit schuiven, er niet voor uitkomen? De andere diensten en sectoren zijn bij dit soort gelegenheden relatief gezien altijd veel beter vertegenwoordigd. Klaarblijkelijk wordt men daar niet gehinderd door het vermijdingsgedrag waarmee de ouder wordende verpleegkundige kennelijk wel behept is.
Ook nadrukkelijk afwezig overigens waren de (middel)grootverdieners onder ons, maar daarvoor geldt natuurlijk het adagium: wie beschikt over voldoende poen, kent geen vrees voor zijn pensioen.

We dwalen echter af, want we hadden het over de teloorgang. Adieu paviljoen, adieu groep (hoewel deze aanduiding zeer hardnekkig blijkt..), vaarwel De Berkt, vaarwel ’t Honk. Het ene na het andere vertrouwde begrip verdwijnt achter de horizon en nu lijkt het er ook nog op dat zelfs het toonbeeld van betrouwbaarheid en accuratesse, de Technische Dienst, ons voorgoed gaat verlaten. De kraaienmars is al ingezet en in de verte zijn reeds de eerste, rondcirkelende aasgieren gesignaleerd. De nieuwe, beoogde huisgrootmeester heet Aert Swaens, die zowat heel Veldhoven en omstreken als tippelzone onderhoudt en hopelijk het een en ander heeft bijgeleerd sinds de tijd dat Aertje ons flatje diende te onderhouden, want daarbij vergeleken is de service van onze eigen dienst nog een zegen.

Het is dan wel geen Doren in het oog en de trouwe Primeursaanhanger weet dat ik nogal wat kritische woorden heb besteed aan onze technische dienstkloppers, maar toch vind ik het jammer. Want wie moet je straks nog op zijn …..eeeh…….falie geven, waar moet je straks nog op kankeren?? Wordt de huismeester straks niet de pispaal, terwijl bovenmeester Aert droog en buiten schot blijft? Eigenlijk is de Technische Dienst net zoiets als de wasserij, de buitenspelregel of je huisgenoot: een steeds wederkerende bron van ergernis en voortdurende discussie, waarbij je de neiging tot afschaffing aldoor gevoelt, maar die desondanks of juist daardoor een wezenlijke functie vervult.

Mijn kerstboodschap luidt dan ook: uitbesteding of privatisering, het leidt tot niets. Het is helaas maar al te vaak een zwaktebod, want men faalt waar het gaat om orde op zaken te stellen binnenshuis en zoekt het dan maar buitenshuis. Zie de N.S., zie KPN, zie onze wasvoorziening of onze schoonmaakorganisatie: voor het management misschien personeelstechnische en financiële voordelen, maar zelden een verbetering van kwaliteit en klantvriendelijkheid. Voeg daarbij de machteloosheid die je als cliënt ervaart bij knelpunten vanwege de anonimiteit en onbereikbaarheid van aanspreekpunten en tel uit je winst. Derhalve pleit ik ervoor om een actiegroep in het leven te roepen tot behoud van onze Technische Dienst en hier had ik bijna ingetikt ‘tot behoud van Natuurmonumenten’.

Maar om nou deze dienst monumentale eigenschappen toe te dichten, gaat zelfs mij wat te ver. De Technische Dienst moet echter blijven, al is het alleen maar om er op te kijven. We moeten dan wel een flitsende, pakkende naam bedenken voor onze actiegroep, eentje van het kaliber ‘Euro Dus Nie’, de uiterst vindingrijke naam van de anti-euro-actiegroep. Suggesties zijn altijd welkom en kunnen worden gestuurd naar de redactie van dit blad. De bedenker van de origineelste naam mag zich verheugen op een weekendje Euro Dysney, tezamen met alle medewerkers van de Technische Dienst als eindejaars- of einde verhaalactiviteit. 

Ik wens u allen prettige feestdagen en een weinig geprivatiseerd 2002 toe.

Posted by heinscatchup in 16:37:44 | Permalink | No Comments »

Primeurs, januari 2002

Ik heb heel wat mensen laten schrikken, als ik hen tenminste op hun woorden mag geloven. Nu ben ik niet bepaald het prototype van iemand die de mens op zijn woord gelooft – mezelf al helemaal niet – maar in dit geval wil het toch wel aannemen. Ik verklaar mij nader.
Eind vorig jaar ben ik in het ziekenhuis beland nadat, door welke oorzaak dan ook, mijn korte termijngeheugen me even in de steek liet. Mensen die mij (denken te) kennen, weten dat vergeetachtigheid en verstrooidheid al evenzeer bij mij horen als de Biezenkuilen, maar persoonlijk zie ik dat meer als prioriteitenstelling; hoofdzaken, bijzaken, u kent dat wel. Mijn onvolprezen collega schatte dit gelukkig toch even als iets anders in.
Van het ene op het andere moment ben je dan patiënt. En geloof me of niet: bijna iedereen die mij daarna heeft gesproken, vertelde dat ik hem of haar had laten schrikken. Goed, in een aantal gevallen hoorde ik het wel erg lang na dato en dacht ik onwillekeurig dat ik weinig van hun schrik had gemerkt, maar toch. Ik geloof  best dat de meesten daadwerkelijk zijn geschrokken. Misschien omdat het mij overkwam, maar waarschijnlijk toch ook omdat men het op zichzelf of op de eigen situatie betrok. Goh, als zo’n iemand dat al oploopt; betrekkelijk jong toch nog, ziet er althans voor de liefhebbers en vooral liefhebsters toch nog goed uit, sport nog regelmatig en heeft eigenlijk een luizenbaantje. Als hij al zoiets kan krijgen, loop ik of mijn naaste dan ook niet dat risico? Daar schrik je inderdaad wel even van

Zoals gezegd, plotsklaps ben je dan patiënt, want cliënt ben je alleen bij Severinus. Niet dat ik veel te klagen heb over de ziekenhuisbejegening. De eerste paar uren ben ik sowieso vergeten, maar aan alles was wel te merken dat menige arts, specialist en verpleegkundige als vanzelf een andere houding aanneemt tegenover iemand die gekluisterd is aan bed, brancard of rolstoel. Uit welingelichte kringen heb ik vernomen dat ik tijdens mijn ‘zwarte’ periode op de EHBO de arme neuroloog tot vervelens toe er op heb gewezen niet langs of over mij heen te praten. De goede man dorst daarna niets meer te zeggen zonder mij aan te kijken. Tegelijkertijd kon hij het toch ook weer niet laten om mij telkens, heel eventjes voordat hij weer verderging, ietwat onhandig maar toch bemoedigend in mijn onderbeen te knijpen, terwijl hij toch zo’n tien jaar jonger was dan ik. Eerst dacht ik nog dat het te maken had met mijn onweerstaanbare aantrekkingskracht, echter ik merkte alras dat het een gewoontegebaar van hem was, een soort troostend afscheidsritueel dat zowat elke patiënt van hem onderging.

Wie patiënt is, ondergaat nog veel meer, met name onderzoeken, en is dientengevolge overgeleverd aan het patiëntenvervoer. Je wordt dan in een bed of in een rolstoel, omhangen en gehospitaliseerd door een ziekenhuishanddoek tegen de kou, als een (sorry, mevrouw Borst) idioot het halve ziekenhuis door gereden, voortbewogen door – het moet gezegd – over het algemeen uiterst vriendelijke vrijwilligers/sters. En natuurlijk moest ik weer zonodig de handdoek in de ring gooien, maar wel pas nadat mijn garderobe was toegesneden op de tochtige ziekenhuisgangen. Als opsteller, uitvoerder en meer nog omzeiler van menig protocol, werd nu het ene na het andere protocol op mijzelve toegepast en ik verzeker u dat dit een uiterst vreemde gewaarwording is. Maar ik was dus echt zo’n patiënt die er patent op had om zijn behandelaars overal attent op te maken. 

Ik werd verdacht van een Tia, die ik tot dan toe alleen maar kende als de smaakvolle metgezellin van de al even aanlokkelijke Maria. Ook deze combinatie heeft meer dan eens een gat in mijn geheugen geslagen, totdat nader zelfonderzoek al snel uitwees dat dit meer een kwestie van de geest uit de fles was geweest.
Al met al lijkt het er op dat ik met de schrik ben vrijgekomen, tot geruststelling van al degenen die ik kennelijk heb laten schrikken. En wellicht tot schrik van anderen: jullie zijn dus nog niet van mij af, vergeet het maar! Misschien ben ik jullie vergeten, al lijkt het daar helaas niet op. Maar wat zou het een prettige bijkomstigheid zijn geweest wanneer in het geval zoals het mijne, je enkel en alleen maar de vervelende, negatieve dingen kwijt zou zijn. Het zou misschien wel leiden tot de broodnodige rust in mijn hoofd. Daar staat echter tegenover dat je dan niets meer hebt om je druk over te maken. Niets meer om tegenaan te schoppen, niets meer om te hekelen en te pekelen, kortom einde Primeurs. Waarvan akte, maar schrik niet: vooralsnog alleen maar van deze aflevering.
 

Posted by heinscatchup in 16:37:20 | Permalink | No Comments »

Primeurs, februari 2002

Feed-back. Wanneer we een hitlijst zouden aanleggen van meest gebruikte èn misbruikte termen in onze sector, dan zou deze Engelse superhit ongetwijfeld hoge ogen gooien. De overeenkomst met een muziekhitlijst is al net zo frappant als voor de hand liggend. Ook hierin voert Engelstaligheid de boventoon en dat zegt heel veel, zo niet alles, over onze door de polder gemodelleerde geaardheid. Wij weten liever niet wat er precies wordt gezegd en dus bedoeld, waardoor we er alle kanten mee op kunnen.
Dat we derhalve voor het uiterst gevoelig liggende begrip ‘kritiek geven en ontvangen’ een Engelse term misbruiken, is vanuit die geaardheid alleszins begrijpelijk. Iemand met een poldermodelkarakter omzeilt nu eenmaal veel liever het enge woord ‘kritiek’, maar wil wel volgaarne leren hoe om te gaan met feed-back. Want dat klinkt veel beter en lijkt veel minder bedreigend, ook al wordt er hetzelfde mee bedoeld. Dat wij het nodig vinden om deze term te eufemystificeren, bewijst onze wankelmoedigheid in dit opzicht.

Je zou feed-back vrij kunnen vertalen als ‘terug voeden’ of ‘opnieuw voeden’. Taalgrapjurken zouden kunnen spreken van feet-back, doelend op te lange tenen die je beter in kunt trekken wanneer iemand er op wil gaan staan. Ik persoonlijk geef de voorkeur aan ‘opnieuw opvoeden’, om niet te zeggen ‘heropvoeden’. Want in bepaalde opzichten zou Severinus best als heropvoedingsgesticht mogen fungeren.
Nagenoeg iedere stagiaire, leerling of nieuwkomer krijgt tegenwoordig te horen en vindt, niet in het minst juist daardoor, van zichzelf dat hij of zij beter moet leren omgaan met feed-back. Maar zijn al die beoordelaars, begeleiders en opleiders zich er wel voldoende van bewust dat aan het ontvangen altijd een gift voorafgaat?! En dat ten principale die gift aan allerlei  kwaliteitscriteria dient te voldoen: aan de juiste persoon, op de juiste plaats, op het juiste tijdstip; en dan heb ik het nog niet eens over inhoudelijke zaken, zoals genuanceerde duidelijkheid, toonzetting en onderbouwing.
Indirecte kritiek, daar praten we al helemaal niet over, want dat is net zo laf en verwerpelijk als anoniem verstuurde post.

Het is maar al te vaak volstrekt logisch dat iemand ‘niet tegen de kritiek kan’, omdat de kritiek niet voldoet aan genoemde kwaliteitscriteria. En begin nu niet over deze stukjes, want een columnist is nu eenmaal boven alle kritiek verheven, behoudens aangaande zijn lezenswaardigheid en in het geval dat de redactie in haar ootmoedigheid (of is het hovaardigheid?) meent de columnist tegen zichzelf in bescherming te moeten nemen….

Een voorbeeld, want dat spreekt het meest tot de verbeelding. We houden het gemakshalve maar dicht bij huis en nemen even aan dat er hier en daar een ongenuanceerde, stereotiepe beeldvorming bestaat van de Biezenkuilen. Ik geef toe, het is moeilijk voor te stellen, maar ach: zo lang hiertoe niet wordt bijgedragen door luid doorklinkende leading en feed-backing vocales, zoals Praktijkbegeleiding, Opleiding en PPA, behoeven wij ons geen zorgen te maken, dunkt me.
Zo zou het kunnen zijn dat men ons, in licht verwijtende zin, als een eiland ervaart. Maar laat ik dat nou als een groot compliment beschouwen!! Want ik ben gek op eilanden, het is veruit mijn favoriete vakantiebestemming. De bevolking is er doorgaans trots, zelfbewust en eigenzinnig en sluit alleen diegenen in hun hart die welgemeende belangstelling voor hen tonen en die er moeite voor willen doen om hen en hun gewoontes beter te leren kennen. Zo hoort het ook en zo zou het in elk land of woonhuis moeten zijn.
Misschien is het toch geen toeval dat onze opleidingsfunctionaris de Corsicanen maar een stug volkje vond…

Niet zozeer de nieuwkomers op de zorgmarkt moeten leren omgaan met feed-back, maar juist de criticasters moeten back to basic. Wat is verantwoorde voeding en wat krijg ik hier voor terug? Weg met die typisch Brabantse, Benedenrivierse indirectheid en schroomvalligheid en op naar de strijd met open vizier, recht voor zijn raap!
Slechts de columnist is het voorbehouden om de schuine weg te volgen, de dubbele bodem en moraal te hanteren en om anderen op het verkeerde been te zetten. Een goed verstaander doet de rest. 

Posted by heinscatchup in 16:36:40 | Permalink | No Comments »

Primeurs, maart 2002

Het zit allemaal ook niet mee. Denk je overal mee voorop te lopen, te scoren aan de lopende band en in alle opzichten trendsetter te zijn, blijkt dat de weerbarstige praktijk je toch nog heeft achterhaald en is voorbijgestreefd. Doe je al die moeite om te ontsluiten, te ontbossen en te onthekken, om vervolgens tot je ontzetting te ontdekken dat hekken weer omgekeerd in de gratie zijn. De gekooide voortuin is de nieuwe architectonische trend, zoals op het Akkereind pijnlijk in het oog springend wordt geëtaleerd. Je zou bijna gaan vermoeden dat de ‘normale’ wijkbewoner zich heeft gekooid uit bescherming tegen de losgelaten Severinusgedetineerde; een geheel eigen, zij het wrange interpretatie van het begrip omgekeerde integratie. Meer een geval van omgekeerde internatie, als je het mij vraagt. Of is dit weer één van die typische, azijnpissige primeurs?

Laten we het maar houden op een ironische speling van het lot, pure pech en een ongelukkige samenloop van omstandigheden. We waren net goed op weg om zo normaal mogelijk te worden en wie had nou in hemelsnaam kunnen voorspellen dat de kooi tot statussymbool van het moderne wonen zou uitgroeien? Hadden we onze hekken simpelweg laten staan, dan hoorden we er nu gewoon bij en zou het een bom duiten hebben gescheeld, duiten die nu mooi de juiste waardering voor onze functie tot uitdrukking hadden kunnen brengen. Maar dat is flauw, ik weet het. Het is de reactie van de onbenul, de leek; ongenuanceerd gesimplificeerde koffiekamer- en borrelpraat en geenszins passend bij een IBC-lid voor het leven.

Wie zijn zaakjes én zijn geduld bewaart, komt vanzelf weer in de mode. Mits je postuur de tand des tijds heeft doorstaan, is menig bewaard gebleven kledingstuk voor hergebruik geschikt gebleken en zo worden ook allerlei culturele en maatschappelijke tendensen steeds opnieuw weer overspoeld door de ene golfbeweging na de andere.

Ofschoon fervent voorstander van openheid, deregulering en decentralisatie, heb ik wel iets met omheiningen en de oplettende lezer zal met mij concluderen dat dit zeker voornamelijk bepaald moet zijn. Want hoe kan ik iemand weerstaan die zich als het ware door mij wil laten omarmen?
Het zal wel geen toeval zijn dat de Biezenkuilenomheining nog steeds pal overeind staat. Het heeft lang niet altijd eenieder behaagd, maar onze beukenheg ruimt niemand uit de weg. Nu nog een ijzeren poort en we zijn weer volop in de mode en lopen weer als vanouds voorop. Want dat willen we, eerlijk gezegd, wel blijven doen. Alle voorzichtige pogingen om ons te omheinen en te omarmen ten spijt, wij hechten zeer aan onze eigen identiteit, tot welke sectoren wij ook behoren en ook al zijn we allen broeders en zusters in de clusters.

Voor alle medewerkers in de nieuwe huizen kan het geen kwaad om hier nog eens de legendarische, waarschuwende woorden van een onvolprezen ex-paviljoenshoofd (thans in het bezit van een privé-jobcoach) te citeren, toen hij vernam dat ik het eerste buitenhuis van Severinus ging runnen: “Maak er geen kleine inrichting van”.

Posted by heinscatchup in 16:36:05 | Permalink | No Comments »

Primeurs, april 2002

Severinus op vrijersvoeten. Da’s nou niet bepaald een onvervalste lovestory boordevol romantiek, ongebreidelde passie en eeuwigdurende, onvoorwaardelijke liefdestrouw. De jacht op een even aantrekkelijke als geschikte partner heeft vooralsnog geleid tot een schalkse knipoog, een lonkende blik, een korte vrijage, misschien wel tot een schielijk vluggertje, maar vaste verkering zat er tot op heden niet in. - Let wel: we schrijven, beter nog ik schrijf heden eind maart en de lente ontbolstert  zich, dus het kan zo maar gebeurd zijn –
Het schier oneindige voorspel voorspelt evenwel weinig goeds met het oog op Severinus’ kansen om het vrijgezellendom voorgoed vaarwel te mogen zeggen. Want er is niks tegen een gedegen voorprogramma, maar uiteindelijk hebben we wel betaald voor de hoofdact, of niet soms? En mocht het er dan toch van komen, dan zal er een flinke wissel op deze relatie worden getrokken.
Eigenlijk is Severinus het prototype van de eeuwige vrijgezel die onder de druk van economische en sociaal vereiste motieven, maar bovenal door de klassieke, fundamentele angst om eenzaam, alleen en verlaten achter te blijven, zijns ondanks toch maar op zoek gaat naar een levensgezel(lin). Trots, eigengereid, egocentrisch, zelfstandig, misschien wel ’n tikkeltje zelfgenoegzaam. Bepaald niet de meest geschikte eigenschappen voor een harmonieuze, stabiele relatie, stelde ook het relatiebemiddelingsbureau C3 vast. C3..??? Ik kan het ook niet helpen, zo noemt zich het zoveelste ingehuurde adviesbureau. Of is het nog steeds hetzelfde en mag het verder geen naam hebben? Ik persoonlijk heb geen enkele boodschap aan C3. Wel aan C1000, maar het zal slechts een kwestie van tijd zijn. De supermarkt van consultancy is gestaag groeiende, dus ook de vraag naar vakken- en zakkenvullers.
Hoe dan ook, het type Severinus oogst eerder bewondering dan vertedering. Men raakt wel geïmponeerd, maar niet gepassioneerd. Met de ouwe vlam De Donksbergen was het precies het omgekeerde, althans wanneer we de krant van 28 maart mogen geloven. Kijk, De Donksbergen heeft mij nimmer geïmponeerd noch gepassioneerd, integendeel. Echter in het onderhavige artikel aangaande het huwelijk tussen De Donksbergen en Werken en Wonen op 1 april – en het lijkt geen grap – wordt gerept van ‘het warme Donksbergen’ tegenover ‘het zakelijke Werken en Wonen’. En ik citeer verder: “Maar daarover praten heeft geen zin, we doen het gewoon met elkaar”. Dat is nu wat je noemt een platte organisatie!! Severinus tast af – en zelden toe – snuffelt her en der, flirt ’n beetje, terwijl deze twee snoodaards meteen met elkaar de koffer in duiken!! Geen wonder dat het nooit iets geworden is. Want ze zijn wel degelijk verliefd geweest op elkaar, nou ja, ze hebben in elk geval iets met elkaar gehad, die drie. Jazeker, ook Severinus heeft ooit een triootje willen organiseren. Drie geloven op een kussen, daar slaapt echter niet alleen de duivel maar alles wat je aan hel en verdoemenis kunt bedenken tussen. Het werd dus niks en da’s maar goed ook. De Donksbergen moet eerst maar eens volwassen en eigentijds worden. En samen Werken, niks mis mee, maar samen Wonen, dat moet je echt scheiden.

De trilogie moest echter worden vervolmaakt en dus liet Severinus vervolgens zijn oog vallen op Meare en SWZ, die hij nog van vroeger kende als Eckartdalletje en Zonhoventje. Tja, als je op zoek bent naar warmte, dan is de keuze snel gemaakt. Zodoende viel Meare alras uit de huwelijksboot,  meewarig na(vel)gestaard door de twee overgeblevenen, die nu tot elkaar veroordeeld lijken te zijn. Het eerste gekibbel en tegengestribbel hebben ze al achter de rug, de term Lat-relatie is reeds gevallen, maar het lijkt er zowaar op dat het iets gaat worden tussen die twee.
Severinus en SWZ, mijn zegen hebben ze, al kan ik het niet laten toch even te wijzen op de schoonvader die je bij het aangaan van een relatie er doorgaans bij krijgt. Bij een gewezen voorzitter van het CDA wordt het in elk geval begrijpelijk dat men als triootje niet meteen de koffer in is gedoken. En Severinus blijft door dit  verstandshuwelijk mooi in het centrum van de macht.
Maar Meare….? Die kan voor de uitzet blijven sparen.

Posted by heinscatchup in 16:35:35 | Permalink | No Comments »

Primeurs, november 2002

Dit wordt de laatste Primeurs. De laatste nieuwtjes dus van mijn kant en hand, want ik kap ermee. Het is mooi geweest, hoewel… die constatering kan ik beter aan jullie overlaten. Het nieuwtje is er nu wel vanaf, het wordt tijd voor een nieuw, fris en vooral ander geluid: eigentijds, onbevangen, onbevlekt en onverschrokken. Zijn ze er nog, stilistisch begaafde luizen in de Severinuspels? Bezielde, bewogen, kritisch ingestelde jongelingen die over de schuttingen en hekken van hun zogenaamd genormaliseerde werkplek heen willen en durven kijken? En dat dan ook nog een beetje origineel en smeuïg op kunnen schrijven? Wanneer ik al die lijvige plannen en dossiers doorworstel, baart me dat eerlijk gezegd wel een beetje zorgen, al kun je ook weer zeggen dat menigeen behept is met een zeer eigen, persoonlijke schrijfstijl.
Maar natuurlijk zijn er nog steeds onafhankelijke, met schrijverstalent begiftigde, scherp ingestelde geesten en die zullen er ook altijd blijven. Ze moeten zich alleen geroepen of aangesproken voelen. Dus kom op jongelui, laat je niet kisten en voorkom in hemelsnaam dat er straks weer iemand uit dezelfde oude doos en voorspelbare hoek te voorschijn komt om het lezerspubliek weer tot vervelens toe het oude kunstje te flikken.
Deze jongen neemt bij dezen echter afscheid van jullie, die ik lange tijd met u heb aangesproken. In mijn ijdele streven om onnavolgbaar te zijn, was ik vaak niet te volgen. Mijn dwangmatige woordspielerei en rijmelarij heb ik zelden weten te onderdrukken en het resultaat van mijn schier eindeloze zoektocht naar originaliteit en spitsvondigheid was vele malen vergezocht en voor de lezer onvindbaar. Hiervoor mijn nederige excuses. Wie ik heb gebruuskeerd, geschoffeerd of – ik kan het niet laten – gemaltraiteerd, sorry, maar mijn medeleven en spijtbetuiging gaan veeleer uit naar hen die ik heb verveeld en vermoeid.
Was het dan allemaal treurnis en armetierigheid? Natuurlijk niet. Mijn kleine, doch hondstrouwe schare fans zal ik eeuwig dankbaar blijven en in het bijzonder onze complimenteuze, gevederde (ex?)- receptioniste toonde zich een uitgesproken aanhangster van mijn schrijfstijl, daarbij perfect aanvoelend waarvoor ik het meest gevoelig was en ben. Er waren ook opmerkelijke, veelzeggende complimenten en dan vooral die ik kreeg voor die spaarzame keren dat niet ik maar Honneurs de Primeurs verzorgde. Wat die Honneurs betreft: het is voor Severinus te hopen dat deze in de toekomst beter en vooral consequenter worden waargenomen, maar voor mijn opvolger of liever nog opvolgster zou dat in elk geval weer mooie stof tot schrijven opleveren. Ik geef toe, dit is weer zo’n typisch voorbeeld van een voor velen niet te volgen frase die slechts voor de betrokkene in kwestie en wat insiders te vatten is, echter dit rekeningetje moest nog effe vereffend worden, ook al kan ik hier altijd nog op worden afgerekend.
Mocht Te Berde het ooit nog eens schoppen tot een dag- of weekblad, dan houd ik me weer aanbevolen. De Jos Kessels, Jan Mulder, Frits Abrahams of Hugo Camps van Severinus, dat lijkt me nog wel wat! Meteen inspringen op de actualiteit en met masochistisch genoegen de ingezonden, boze brieven inhaleren: de ultieme kick van elke columnist! Want misschien is dat wel de voornaamste reden van mijn retraite: de bijkans onmogelijkheid om op de actualiteit in te spelen met Primeurs vanwege het tijdsverschil van zo ongeveer een maand tussen schrijven en publicatie.
Maar daarbij is het mooi en in elk geval genoeg geweest. Mijn speciale gedachten gaan uit naar Ietje en Ine. Ik hoop dat ze mij mijn hardnekkige pogingen om steevast de deadline op te rekken niet al te euvel zullen duiden. In het besef dat dit laatste, fossiel klinkende, maar helaas ook nagenoeg teloorgegane taalgebruik snel plaats moet maken voor een meer eigentijds geluid, groet ik jullie met dank voor de aandacht.


Posted by heinscatchup in 08:41:25 | Permalink | No Comments »