Primeurs juli/aug 2001
Of Honneurs de eer des huizes heeft opgehouden, is geheel ter beoordeling des lezers, maar hij heeft mij – de vele verwijzingen in mijn richting ten spijt – hoe dan ook geen eer bewezen. Ik had namelijk lekker vrijblijvend willen zeiken over eurologen, eurocommissaris Ödulfus en over eurotiek en europezen als grensoverschrijdende betaalde liefde. Weg gras voor de voeten, maar waar anders dan over geld moet de man nu eenmaal zijn head breken?
Nu was ik helemaal niet van plan om me waar dan ook zorgen over te maken. Het is vakantietijd, tijd van de komkommers en geen tijd voor kommer en kwel. Maar toch, het zit in mijn hoofd en intimi weten dan dat het er bij mij op een of andere manier ooit uit moet komen. Het plan alleen al baart me zorgen, want er is een gerede kans dat een aantal Severinussen not amused zal zijn met deze ontboezeming. Nu ben ik dat wel een beetje gewend en mocht het een kwestie zijn van bad timing, sorry dan, had Honneurs maar van die euro af moeten blijven. Uitgerekend hartje zomer gaat Primeurs zich op glad ijs begeven, want beste mensen: ik maak me zorgen over het plan. Over het plan in de zorg of nog beter gezegd: over de kwaliteit van de zorg in het plan. Eigenlijk was ik al veel eerder van plan om deze zorg aan de openbaarheid prijs te geven – als openbaarmaking uit de eerste hand dus een ware primeur, Ad - maar ik vond ook dat ik de zorgplanmethodiek een eerlijke kans en in elk geval het voordeel van de twijfel moest gunnen. Alleen al het woord zorgplanmethodiek: een teveel aan kliniek, een te weinig aan muziek.
Ach, misschien maakt het Severinusbreed geen snars uit wat ik ervan vind en zal er wellicht geen mens van wakker liggen, maar toch: volgens mij is er in vele opzichten en op vele werkplekken een wat scheve verhouding tussen de energie en tijd die wordt besteed aan het zorgplan en alles wat dat met zich meebrengt enerzijds, èn de omgang, begeleiding, ondersteuning en waar nodig zorg, die de bewoner als zijnde cliënt rechtstreeks mag ontvangen, anderzijds.
Vooropgesteld: het plan om de zorg meer zorgvuldig te coördineren, te individualiseren en vooral om meer perspectief- en toekomstgericht te anticiperen, valt zonder meer hooglijk te waarderen. Het is een vorm van professionaliseren waarvan de bewoner, de klant, alleen maar van zou moeten profiteren. Zo luidt tenminste het devies van al degenen die zich sterk hebben gemaakt voor deze zorgplanmethodiek.
Maar hoe gaat het in de praktijk van alledag? Zeker is dat vele zorgcoördinatoren worstelen met de administratieve rompslomp en overige verplichtingen die aan deze methodiek vastzitten. De Heilige Drie-eenheid – bewoner, wettelijke vertegenwoordiger, zorgcoördinator - is inderdaad een goede garantie voor persoonsgerichte en vraaggestuurde zorg, maar zou volgens mij toch meer gebaat zijn bij een minder complexe, minder klinische en meer genormaliseerde vormgeving. Waarom Severinusbreed methodisch verplegen – een term die haaks staat op normaliseren – terwijl er in vele woonhuizen nauwelijks sprake is van verplegen, maar veel meer van ondersteunen en begeleiden? Waarom op juist zo’n essentieel, zelfs principieel punt niet gehandeld indachtig het kernpunt van de Severinusvisie: normaal waar het normaal kan, bijzonder waar het bijzonder moet?
De zorgplanadepten zullen erop wijzen dat deze differentiatie in de methodiek is vervat, maar ik ben zo vrij om te stellen dat het veel, zo niet alles van doen heeft met beheersbaarheid, hang naar uniformiteit en dus vrees voor te veel pluriformiteit en recreativiteit. - Dit laatste woord is een persoonlijke uitvinding(rijkheid) in mijn vrije tijd, zoals trouwens dit hele stukkie, dus is al een vorm van recreativiteit op zich - Het is de discrepantie tussen professionaliseren en normaliseren, de keuze tussen bewoner of cliënt, het dilemma van ieder voor zich en wie en tot hoever voor ons allen. Inderdaad, we moeten ons vak beschermen, we worden beschouwd en betaald (nou ja) als verpleegkundigen, we moeten kwaliteit leveren en zaken vastleggen voor het nageslacht. Maar mag het misschien ietsje minder? Wie legt er thuis dikke dossiers aan van z’n kinderen? En wie haalt het kind van ’n jaar of zes erbij als het wordt besproken in de echtelijke sponde? Natuurlijk, ik mag onze zorg niet gelijkschakelen met een normale gezinssituatie, maar normaliseren betekent wel dat we er zo dicht mogelijk bij moeten blijven. En om de zaak wat te verluchtigen: ik ken nog wel een mens met het talent om de bewonersbespreking te effectueren vanuit het opklapbed… Niet de vorm, maar de inhoud, de betrokkenheid, een goed ontwikkeld inlevingsvermogen, de kunst om goed te signaleren, te interpreteren en te anticiperen: dàt zijn de peilers waarop onze zorg, begeleiding of ondersteuning moeten rusten. Dit kan dan worden uitgestippeld in een doordacht en overzichtelijk plan, maar wel in die volgorde! Ik bedoel maar, een prachtige zorgplanmethodiek biedt op zich geen enkele garantie voor kwalitatieve zorg en ik besef: dit is een wijdopen deur. Toch lijkt mij hier een waarschuwend woord op zijn plaats. Niet zo heel lang geleden werd in de volksmond nog gesproken van het zorgenkind; moge Orem verhoeden dat we binnenkort moeten spreken van het zorgenplan. Wordt vervolgd?
Nu was ik helemaal niet van plan om me waar dan ook zorgen over te maken. Het is vakantietijd, tijd van de komkommers en geen tijd voor kommer en kwel. Maar toch, het zit in mijn hoofd en intimi weten dan dat het er bij mij op een of andere manier ooit uit moet komen. Het plan alleen al baart me zorgen, want er is een gerede kans dat een aantal Severinussen not amused zal zijn met deze ontboezeming. Nu ben ik dat wel een beetje gewend en mocht het een kwestie zijn van bad timing, sorry dan, had Honneurs maar van die euro af moeten blijven. Uitgerekend hartje zomer gaat Primeurs zich op glad ijs begeven, want beste mensen: ik maak me zorgen over het plan. Over het plan in de zorg of nog beter gezegd: over de kwaliteit van de zorg in het plan. Eigenlijk was ik al veel eerder van plan om deze zorg aan de openbaarheid prijs te geven – als openbaarmaking uit de eerste hand dus een ware primeur, Ad - maar ik vond ook dat ik de zorgplanmethodiek een eerlijke kans en in elk geval het voordeel van de twijfel moest gunnen. Alleen al het woord zorgplanmethodiek: een teveel aan kliniek, een te weinig aan muziek.
Ach, misschien maakt het Severinusbreed geen snars uit wat ik ervan vind en zal er wellicht geen mens van wakker liggen, maar toch: volgens mij is er in vele opzichten en op vele werkplekken een wat scheve verhouding tussen de energie en tijd die wordt besteed aan het zorgplan en alles wat dat met zich meebrengt enerzijds, èn de omgang, begeleiding, ondersteuning en waar nodig zorg, die de bewoner als zijnde cliënt rechtstreeks mag ontvangen, anderzijds.
Vooropgesteld: het plan om de zorg meer zorgvuldig te coördineren, te individualiseren en vooral om meer perspectief- en toekomstgericht te anticiperen, valt zonder meer hooglijk te waarderen. Het is een vorm van professionaliseren waarvan de bewoner, de klant, alleen maar van zou moeten profiteren. Zo luidt tenminste het devies van al degenen die zich sterk hebben gemaakt voor deze zorgplanmethodiek.
Maar hoe gaat het in de praktijk van alledag? Zeker is dat vele zorgcoördinatoren worstelen met de administratieve rompslomp en overige verplichtingen die aan deze methodiek vastzitten. De Heilige Drie-eenheid – bewoner, wettelijke vertegenwoordiger, zorgcoördinator - is inderdaad een goede garantie voor persoonsgerichte en vraaggestuurde zorg, maar zou volgens mij toch meer gebaat zijn bij een minder complexe, minder klinische en meer genormaliseerde vormgeving. Waarom Severinusbreed methodisch verplegen – een term die haaks staat op normaliseren – terwijl er in vele woonhuizen nauwelijks sprake is van verplegen, maar veel meer van ondersteunen en begeleiden? Waarom op juist zo’n essentieel, zelfs principieel punt niet gehandeld indachtig het kernpunt van de Severinusvisie: normaal waar het normaal kan, bijzonder waar het bijzonder moet?
De zorgplanadepten zullen erop wijzen dat deze differentiatie in de methodiek is vervat, maar ik ben zo vrij om te stellen dat het veel, zo niet alles van doen heeft met beheersbaarheid, hang naar uniformiteit en dus vrees voor te veel pluriformiteit en recreativiteit. - Dit laatste woord is een persoonlijke uitvinding(rijkheid) in mijn vrije tijd, zoals trouwens dit hele stukkie, dus is al een vorm van recreativiteit op zich - Het is de discrepantie tussen professionaliseren en normaliseren, de keuze tussen bewoner of cliënt, het dilemma van ieder voor zich en wie en tot hoever voor ons allen. Inderdaad, we moeten ons vak beschermen, we worden beschouwd en betaald (nou ja) als verpleegkundigen, we moeten kwaliteit leveren en zaken vastleggen voor het nageslacht. Maar mag het misschien ietsje minder? Wie legt er thuis dikke dossiers aan van z’n kinderen? En wie haalt het kind van ’n jaar of zes erbij als het wordt besproken in de echtelijke sponde? Natuurlijk, ik mag onze zorg niet gelijkschakelen met een normale gezinssituatie, maar normaliseren betekent wel dat we er zo dicht mogelijk bij moeten blijven. En om de zaak wat te verluchtigen: ik ken nog wel een mens met het talent om de bewonersbespreking te effectueren vanuit het opklapbed… Niet de vorm, maar de inhoud, de betrokkenheid, een goed ontwikkeld inlevingsvermogen, de kunst om goed te signaleren, te interpreteren en te anticiperen: dàt zijn de peilers waarop onze zorg, begeleiding of ondersteuning moeten rusten. Dit kan dan worden uitgestippeld in een doordacht en overzichtelijk plan, maar wel in die volgorde! Ik bedoel maar, een prachtige zorgplanmethodiek biedt op zich geen enkele garantie voor kwalitatieve zorg en ik besef: dit is een wijdopen deur. Toch lijkt mij hier een waarschuwend woord op zijn plaats. Niet zo heel lang geleden werd in de volksmond nog gesproken van het zorgenkind; moge Orem verhoeden dat we binnenkort moeten spreken van het zorgenplan. Wordt vervolgd?