Primeurs, mei 2001
Sommige woorden intrigeren mij mateloos en ‘vrijwillig’ behoort daar zeer zeker toe. Nu heb ik begrepen dat 2001 het jaar is van de vrijwilliger, dus dat komt mooi uit. Er zit namelijk van alles in. Vrijheid, wilskracht, wilsbeschikking, vrije wil, vrijen, willen, gewillig en gewild zijn. En het staat eenieder vrij om zich gewaarschuwd, aangemoedigd dan wel tamelijk gerustgesteld te voelen bij uitingen als vrij veilig, vrij veel of vrij weinig.
Niet alleen het woord, het hele fenomeen ‘vrijwilliger’ is iets wat me al jaren bezighoudt. Ook met vrijwilligers kun je alle kanten uit. Het is een leger, gewapend met een onstuitbaar enthousiasme, dat onbetaalbaar en onverslaanbaar is. Het is al vaker gezegd, maar zonder vrijwilligers zou welke professionele organisatie in de quartaire sector dan ook, als een kaartenhuis in elkaar zakken. Over de doden en de vrijwilligers niets dan goeds, nochtans ben ik zo vrij om dat een kwalijke zaak te vinden. Wie zijn lot laat afhangen van vrij gewilligen, verdient in geen enkel opzicht het predikaat professioneel. Of misschien moet ik zeggen: een overheid waarbij, of een politiek klimaat waarin, professionele organisaties vrijwel afhankelijk worden gemaakt van vrijwilligerswerk, moet per definitie worden gewantrouwd. Het is echter een complexe materie. Waar vele organisaties, instanties, clubs en verenigingen niet zonder hun vrijwilligers kunnen, kunnen tegelijkertijd vele vrijwilligers niet zonder hun vrijwilligerswerk. Anders gezegd: een vrijwillekeurige(..) voetbalclub heeft zonder vrijwilligers geen bestaansrecht, maar zonder voetbalclub zou menige vrijwilliger een ledig bestaan hebben. Op zijn minst hebben ze dus elkaar nodig. Het vrijwillige aspect krijgt dan al snel een meer dwangmatig karakter, met alle gevolgen van dien. En dan heb ik het nog niet over de stem des volks die rept van een kwaaie vrouw of man thuis en daar niks te vertellen hebben, compensatie voor mislukte carrières en liefdadigheidswerk omdat man- of vrouwlief te veel verdient. U begrijpt, ik heb zelf ook mijn vrijwilligersfase gehad en ik ben daar niet vrolijk van geworden. Laten we het er maar op houden dat ik er niet voor in de wieg ben gelegd. Gelukkig zijn er nog wel vele geboren vrijwilligers of eigenlijk zou het passender zijn te spreken van vrijwilligsters, omdat volgens mij het merendeel van dit legioen van vrouwelijke kunne is. Wees niet bang, ik ga hierover niet nog meer psychologiseren dan ik hiervóór al heb gedaan; wie de schoen past, trekke hem geheel vrijwillig aan. En voor een veel betere persiflage verwijs ik gaarne naar Jiskefet.
Het is altijd gevaarlijk namen te noemen, maar dat neem ik dit keer voor lief. Je hebt nu eenmaal mensen die vrijwilliger zijn en je hebt er die het spelen, die het acteren, maar het nooit echt worden. Schaar uzelf nu niet meteen onder deze laatste categorie, wanneer u niet wordt vernoemd. De kans is groot dat u daarmee uzelf groot onrecht aandoet en dat verdient u waarschijnlijk in geen enkel opzicht. Het is een uiterst kleine, volstrekt vrijwillekeurige selectie en volgorde, geheel voor eigen rekening. Denkend aan Severinus zie ik de geslaagde pogingen van mevrouw Vervoort om versgediplomeerden in de bloemetjes te zetten. En in een adem noem ik dan de dames
Van Calker en De Jong, vitaal en krachtig als hart en long. Maar de ultieme, bijna vleesgeworden vrijwilliger is voor mij Hans van Berkel. Al tijdens zijn professionele, bezoldigde bestaan zag ik hem steeds voor een vrijwilliger aan.
Niet alleen het woord, het hele fenomeen ‘vrijwilliger’ is iets wat me al jaren bezighoudt. Ook met vrijwilligers kun je alle kanten uit. Het is een leger, gewapend met een onstuitbaar enthousiasme, dat onbetaalbaar en onverslaanbaar is. Het is al vaker gezegd, maar zonder vrijwilligers zou welke professionele organisatie in de quartaire sector dan ook, als een kaartenhuis in elkaar zakken. Over de doden en de vrijwilligers niets dan goeds, nochtans ben ik zo vrij om dat een kwalijke zaak te vinden. Wie zijn lot laat afhangen van vrij gewilligen, verdient in geen enkel opzicht het predikaat professioneel. Of misschien moet ik zeggen: een overheid waarbij, of een politiek klimaat waarin, professionele organisaties vrijwel afhankelijk worden gemaakt van vrijwilligerswerk, moet per definitie worden gewantrouwd. Het is echter een complexe materie. Waar vele organisaties, instanties, clubs en verenigingen niet zonder hun vrijwilligers kunnen, kunnen tegelijkertijd vele vrijwilligers niet zonder hun vrijwilligerswerk. Anders gezegd: een vrijwillekeurige(..) voetbalclub heeft zonder vrijwilligers geen bestaansrecht, maar zonder voetbalclub zou menige vrijwilliger een ledig bestaan hebben. Op zijn minst hebben ze dus elkaar nodig. Het vrijwillige aspect krijgt dan al snel een meer dwangmatig karakter, met alle gevolgen van dien. En dan heb ik het nog niet over de stem des volks die rept van een kwaaie vrouw of man thuis en daar niks te vertellen hebben, compensatie voor mislukte carrières en liefdadigheidswerk omdat man- of vrouwlief te veel verdient. U begrijpt, ik heb zelf ook mijn vrijwilligersfase gehad en ik ben daar niet vrolijk van geworden. Laten we het er maar op houden dat ik er niet voor in de wieg ben gelegd. Gelukkig zijn er nog wel vele geboren vrijwilligers of eigenlijk zou het passender zijn te spreken van vrijwilligsters, omdat volgens mij het merendeel van dit legioen van vrouwelijke kunne is. Wees niet bang, ik ga hierover niet nog meer psychologiseren dan ik hiervóór al heb gedaan; wie de schoen past, trekke hem geheel vrijwillig aan. En voor een veel betere persiflage verwijs ik gaarne naar Jiskefet.
Het is altijd gevaarlijk namen te noemen, maar dat neem ik dit keer voor lief. Je hebt nu eenmaal mensen die vrijwilliger zijn en je hebt er die het spelen, die het acteren, maar het nooit echt worden. Schaar uzelf nu niet meteen onder deze laatste categorie, wanneer u niet wordt vernoemd. De kans is groot dat u daarmee uzelf groot onrecht aandoet en dat verdient u waarschijnlijk in geen enkel opzicht. Het is een uiterst kleine, volstrekt vrijwillekeurige selectie en volgorde, geheel voor eigen rekening. Denkend aan Severinus zie ik de geslaagde pogingen van mevrouw Vervoort om versgediplomeerden in de bloemetjes te zetten. En in een adem noem ik dan de dames
Van Calker en De Jong, vitaal en krachtig als hart en long. Maar de ultieme, bijna vleesgeworden vrijwilliger is voor mij Hans van Berkel. Al tijdens zijn professionele, bezoldigde bestaan zag ik hem steeds voor een vrijwilliger aan.
U
zult het mij hopelijk niet euvel duiden, wanneer ik nog even onze eigen onvolprezen vrijwilligers in het zonnetje zet. Om te beginnen Rinus de Zeeuwsche Brabander, in Biezenkuilenkringen wel aangeduid als Zeverrinus, die fietsend met bewoners door weer en wind, toch steeds maar weer de weg terugvindt. Met in zijn koelkast zijn eigen vloeibare Nandrolon. Bij Studio Sport hebben ze tegenwoordig de machine IJzeren Rinus, maar alleen onze Rinus mag aanspraak maken op dit predikaat. Dan hebben we de heren Francois en Kriele, spoorzoekers in de trein op wielen. En niet te vergeten de tweelingbroer van huismeester Jan, Henk v/d Heijden, op de computer Frank z’n geleide. Deze geheel vrijwillige bijdrage is bedoeld als hommage aan alle ferme soldaten aan het vrijwilligersfront. Uw vrije wil geschiede op aarde (thuis) zoals in de hemel (Severinus).
Posted by in 16:39:27