Friday, October 24, 2008

HEINSCATCHUP IS VERHUISD!!!

Jaja, trouwe lezer (en schrijver!). Uw favoriete Brabantse blogger pakt het wat professioneler aan. Niks geen lastig te onthouden website-adres! Niks geen verschillende lettertypes! Strak geschreven stukskes op een simpel adres. Heins Catchup resideert vanaf heden op heinscatchup.nl. Klik hierrr.

Posted by heinscatchup in 23:52:54 | Permalink | Comments (3)

Door de bank genomen

Vooropgesteld: ik heb geen geld. Nochtans zult gij mij niet horen klagen, daar ik ook wel weer zóveel pecunia bezit om datgene wat mij wel of niet bevalt, betaald te zetten. Evenmin heb ik verstand van geld of van economische principes en bancaire zaken. Ik ben een volbloed alfa, een zelfverklaarde bêtablokker. Van cijfers, getallen, berekeningen heb ik geen kaas gegeten en al hélemaal niet van de zogeheten financiële wereld die bestaat uit beurzen, aandelen, effecten, koersen en indexen. Ik ken alleen To The Wall Street Shuffle van 10 CC. Altijd gedacht dat de AEX-index stond voor Altijd Eerst Xenofobenregister, als variant op eigen volk eerst. De beurs is voor mij nog steeds de portemonnaie die in mijn kontzak zit, beleggen doe ik mijn boterham en speculeren doe ik altijd en overal, behalve op de/mijn beurs. U kunt zich derhalve voorstellen dat ik al een paar maanden nóg minder van deze wereld begrijp dan ik al deed.
Want we verkeren in een kredietcrisis. We zijn de recessie, dus de wanhoop nabij. Vreemd genoeg boeit en verwondert dat mij enorm, zoals ik wel vaker heb met zaken die me ver te boven gaan. Het zijn de sociologische, psychologische en emotionele elementen in het wereldverbreide Monopoly-spel die mijn aandacht trekken en mijn fantasie prikkelen. Maar bovenal zijn het taalgebruik, de metaforische hype en het opmerkelijke medische jargon de triggers van mijn fascinatie voor deze massahysterie. Dat zaken als vertrouwen versus wantrouwen, rust versus paniek, verantwoord handelen versus onnodige risico’s nemen van eminent belang en invloed zijn op welke sector dan ook, dát zijn dingen die juist ik heel goed begrijp. Evenzeer begrijp ik het papegaaien- en kuddegedraggehalte dat op kan treden in dit soort barre tijden. Ik bedoel maar, Hitler was nooit zo berucht geworden zonder deze sociaaleconomische paradigma’s. Wat ik echter maar niet kan vatten, is dat een bank dreigt om te vallen en dat dit welhaast nog meer aandacht en angst genereert dan het omvallen van de Twin Towers of al die huizen en gebouwen instorten als gevolg van oorlogsgeweld in Afghanistan, Irak en Uruzgan. Het lijkt verdomme wel of de Engelsen hun eigen Pound Zero willen creëren door bijna eigenhandig de Engelse Bank omver te stoten!! Een lokale krant kopte recent op de voorpagina: Bloedbad op de beurs. Ik meteen lezen welke computernerd nu weer naar het wapen had gegrepen en hoeveel dodelijke slachtoffers hij op De Amsterdamse Effectenbeurs had gemaakt. Niets van dit alles, de koersen waren weer gezakt toen iemand zijn beurs had geopend en gesloten. Nu vraag ik u!! Kan het ook een pondje minder!
Maar toch, het kan niet missen: de financiële markt is ziek. En het is niet zomaar een verkoudheidje of een griepje, neen het is een hardnekkig virus dat moet worden bestreden met kapitale injecties, alle doorgezakte bankinstellingen moeten aan het infuus. Met De Staat als sanatorium, Wouter Bos als geneesheer-directeur en Nout Wellink als plastisch chirurg om het bankwezen haar gezicht te laten redden. En daar staan ze weer gebroederlijk – nou ja, Noutje meer als backing vocal – op de kansel om de pers en het volk minzaam doch kredietopbouwend gerust te stellen met alwéér een aalmoes voor een wankelende bank. B(os) & W(ellink), de Burgemeester en Wethouder (zoek de verschillen tussen Wellink en Hekkink..) van De Staat Der Nederlanden. Over gestaald vertrouwen gesproken! De Verenigde Banken zetten hun eigen Archie, de man van Boele Staal in om hun gebouwen te funderen en te stutten. Het gezegde door de bank genomen, krijgt in deze context een geheel andere betekenis…
Ach, het geeft maar weer eens aan waar we ons écht druk om maken. Goed, ik geef toe: als dit zo doorgaat kost het banen, gaan bedrijven op en ouderen aan de fles, zo las ik vandaag in de krant. Dan denk ik: hoe meer er wordt gedronken, des te meer wordt er omgezet, accijns in het staatslaatje, kassa! Maar da’s dan weer te simpel geredeneerd door deze bêtablokker. Deze alfabeet weet dan weer wel dat dit van alle tijden is. Een voorspelbare golfbeweging die ontsproten is uit de misplaatste overtuiging van de jaren ’80 dat privatiseren zaligmakend is voor de economie en de kwaliteit van werk en product. Dat deze ‘crisis’ het resultaat is van een hoog- en overmoedige, lange staat van beleg(gen) door megalomane bankiers en financiers die ook nog eens operant werden geconditioneerd door forse bonussen. Gelukkig heb ik van schijnbare zekerheden meer verstand.

Posted by heinscatchup in 15:03:06 | Permalink | Comments (4)

Saturday, October 4, 2008

Weggemoffeld

We waren nimmer in Duitsland op vakantie geweest. Nou ja, we hebben vorig jaar een lang weekend in Berlijn verbracht, maar dat telt niet voor mijn gevoel. Berlijn is geen Duitsland, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, want geen andere Duitse plaats is meer doordrenkt van de roemruchte Germaanse historie. Toch had ik er nooit het gevoel in een typisch Duits oord te vertoeven zonder genau zu wissen wat dat dan wel moge zijn. Vielleicht door het kosmopolitische karakter van de stad, de gigantische architectonische tegenstellingen, de dominante aanwezigheid van de jeugd in het straatbeeld? Het is ‘n beetje zoals met Amsterdam: van de ene kant Hollandser dan Holland, provincialer dan de provincie en tegelijkertijd een plek waar de hele wereld zich verzameld én genesteld lijkt te hebben, ons Brabanders voorop. De randstedelingen die zich als Übermenschen plegen te profileren ten opzichte van hun medelanders, voeg ik mijn standaardreactie toe: Nederland is één grote provincie.
De reden waarom ik onze oosterburen vakantiegewijs altijd links (van mij uit gezien rechts) heb laten liggen, is een bij mijn generatie overheersende. Al opgroeiende was Duitsland voor mij: Heil Hitler!; Wir haben es nicht gewusst; Jawohl Herr Obersturmbahnführer!; Leck mich doch am Arsch, du Arschloch!; Scheisse!; Schlagermusik. 
Het Duits was een taal um zu schimpfen, om te bespotten en de spot mee te drijven. Die Deutsche Sprache was het instrument van geweld en onderdrukking. Vreemd genoeg is Die Lorelei - Ich weiss nicht wass soll es bedeuten dass ich so traurig bin - het enige gedicht dat ik uit mijn middelbare schooltijd nog nagenau letterlijk kan declameren. Maar destijds was het überhaupt niet salonfähig om ook maar enigszins genuanceerd, laat staan gefascineerd het Duitse cultuurgoed te benaderen. Kort en goed: het was volkomen normaal en volledig geïnternaliseerd dat je het Germaanse ras generaliseerde, discrimineerde, demoniseerde en ridiculiseerde. Ik deed daar vrolijk aan mee en het moet gezegd: het werd me ook wel gemakkelijk gemaakt. Want über alles werden ze voor mij toch die vermaledijde moffen die verantwoordelijk waren voor het grootste drama in mijn leven tot dan toe. Voor alle duidelijkheid en tevens met excuses aan alle oorlogsslachtoffers en -getraumatiseerden: ik ben van 1950.
We schrijven München, 7 juli, ‘Zijn we er toch ingetuind’, 1974. WK-voetbalfinale, Duitsland-Nederland. Need I say more? Tot overmaat van ramp bleek de eerste persoon die ik na de desastreuze afloop tegen het omvangrijke lijf liep in het café annex hotel – we besloten toch maar om ons vooropgezet plan na afloop de kroeg in te gaan uit te voeren - een Duitse hotelgast te zijn! Doorgaans ben ik de welvoeglijkheid en voorkomendheid zelve, maar deze arme oosterbuur zal dit wahrscheinlich nicht bestätigen.
Kortom, Duitsland was allesbehalve mijn favoriete (vakantie)land. Allengs ontdekte ik wel waar De Natie (ik probeer alsmaar tevergeefs die klankovereenkomst met nazi te negeren) ook voor staat en stond. Het Duitse volk baarde niet alleen massaverdelgers, maar ook Wagner, Beethoven, Brecht, Goethe, Marx, Nietzsche, Kant, Schopenhauer,Wittgenstein. Und so weiter. Tegenover Schlagermusik staan Marlene Dietrich, Herbert Grönemeier, Nena, Kraftwerk, Reinhard “gute Nacht Freunde’ Mey. Van die Mannschaft uit 1974 was misschien Hölzenbein te verfoeien, maar gek genoeg wekte deze ploeg verder weinig irritatie op. Nadien aanvankelijk steeds meer natuurlijk, want de frustratie was gigantisch. Günther Netzer, Helmut Haller, Franz Beckenbauer waren echter mooie voetballers en nauwelijks omstreden. De latere generatie moest het evenwel bekopen bij het voetbalminnende publiek en zo werd de typisch Duitse, irritante, zuigende, duikelende voetballer gepercipieerd. Met als exponenten: Lothar Matthäus, Stefan Effenberg, Rudi Völler, Oliver Kahn. Ideale types om je op af te reageren, om op te schelden, maar ook om – Verzeihung! - de oorlog, dus wedstrijd mee te winnen. Pas sinds kort durven we te erkennen dat wij manchmal zo’n type ook wel hadden kunnen gebruiken. En willen we toegeven dat er ook best aardige Duitse spelers zijn zoals Jürgen Klinsmann en ….eeuhh…… Nou ja, ze zijn in elk geval lang niet meer zo irritant. Wat tatsächlich bedeutet dat ons ’74-trauma slijtende is.
Maar die taal hè. Het laat mij nimmer los. De klanken en woorden kunnen striemen, snijden, blaffen; maar ook vloeien, stromen, troosten. De namen beklijven en zijn vaak met geen Feder te beschrijven. Onverwijld maak ik me lustig om, als daar zijn: Fritz von Turn und Taxis, Hans-Georg Aschenbach und der Sebastian Schweinsteiger.
Sommige Duitse gezegdes daarentegen kennen hun gelijke niet, zowel qua klank als diepzinnigheid. Die Gedanken sind frei; Himmelhoch jauchzend oder zum Tode betrübt; Wass sich liebt, neckt sich(…); Alle Brüder werden Menschen, al zal Karl Marx zich(het) nu in zijn graf liever omdraaien. Bovendien is onze eigen taal vergeven van de germanismen en Duitse woorden, zoals dit relaas duidelijk maakt

Na door velen te zijn gewezen op mijn bevooroordeeldheid en stereotyperingen aangaande het Duitse volk en nadat zij mij bovendien verzekerden dat Duitsland in vele opzichten ein fast ideales Ferienort war, heb ik me gestort op de Wiedergutmachung. Onderweg luidkeels zingend: ‘Wilma, wir fahren nach Trier’, togen we naar Rheinland-Pfaltz, de streek van die Mosel, die Saar und die Weintrauben. Inderdaad, Trier, de oudste stad van Duitsland en de stad van Karl Marx. Und jawohl, ik ben helemaal om! Prachtige natuur, mooie oude architectuur en – niet te versmaden – een ausgezeichnete drink- en eetcultuur. Dat we dikke autopech kregen, is waarschijnlijk de tol die ik moet betalen voor mijn jarenlange miskenning van een natie die het, haar verleden ten spijt, verdient om op haar huidige merites te worden beoordeeld. Overigens was die autopech en alle rompslomp daaromtrent een mooie gelegenheid om te profiteren van de alom geprezen en soms gevreesde Duitse Ordnung und Pünktlichkeit. Welnu, vergeet het maar! Niets Menschliches blijkt de Duitsers vreemd. En gek genoeg doet ook dát me deugd. Dat de stereotypering niet klopt. Het maakt hen in mijn ogen toch weer wat sympathieker. Het kan niet anders dan dat ik mijn gevoelens voor dit lange tijd zo getroebleerde land heb onderdrukt(..), als het ware heb weggemoffeld.
Het wordt tijd voor mijn eigen wederopbouw en ook om hierbij, al dan niet onder invloed van de zinnenprikkelende Riessling en schatplichtig aan JFK, unverfroren en hardop uit te spreken: “Ich bin ein Trierer”. Want ik moet natuurlijk wel even afwachten of andere plekken ebenso schön und gemütlich sind. Voor nu zeg ik u: “Auf Wiedersehen und zum Wohl! ”

Posted by heinscatchup in 12:07:45 | Permalink | Comments (6)

Friday, September 19, 2008

De Spelen Der Verzustering

Het merendeel van het Hollandse eremetaal op de Olympische Spelen in China is behaald door de vrouwen. Als ik goed heb geteld waren het er acht voor het feminieme geslacht en slechts drie voor de masculiene infanterie. Dat laatste woord is niet geheel hors categorie en ook niet slechts ten faveure van het rijm: een niet te onderschatten deel van de nemers aan de Spelen Der Verbroedering heeft of wellicht had een militaristische dagbesteding. Nou ja, het valt te betwijfelen dat de dag grotendeels werd besteed aan soldaatje spelen of aan de krijgsleer, maar toch: menig vaderlandslievend strijder voor Olympisch goud had een krijgshaftig bestaan of verleden. En dan moesten we mannetjeslilliputter Yuri van Gelder nog thuis laten! Maar dit Michelinmannetje werd toch uitgezonden naar Chinatown op kosten van Het Vaderlandse Leger – op ons aller kosten dus! – en hij zag er in zijn subtiele legerdracht uit als om door een ringetje te halen.
De vrouwelijke suprematie in het pakken van Olympische plakken begon al bij de vorige editie in 2004 en tekent zich nu ook af bij de Paralympics. Het vrouw zijn is dus in geen enkel opzicht een beperking meer…
Reeds vele en diverse theorieën zijn er losgelaten op de mogelijke oorzaken van en verklaringen voor deze curieuze(?) opmars der amazones. Kijk, in België is het sowieso opmerkelijk. Daar is de gehele medailleoogst binnengebracht door het vrouwelijke geslacht. Een reden te meer om dit dolende land bij ons in te lijven.

Natuurlijk werd de emancipatie erbij gesleept. Alsof (vermeende) vrijheid en zelfstandigheid vanzelfsprekend leiden tot betere prestaties! Het vroegere IJzeren Blok grossierde evenzeer in Olympische medailles en andersoortige palmares als dat het uitblonk in bureaucratische en fysieke vrijheidsbeperkende maatregelen. Zou het toeval zijn dat ook daar destijds vrijwel elke sporter staatsamateur, dus militair was? Doping, zegt u? Gaat er bij u al een ringtone rinkelen? Yuri al eens goed bekeken?
Ton Boot, zelfverklaard kenner der psyche van de topsporter en basketbalcoach, stelt dat (sport)vrouwen veel meer dan mannen in staat zijn om doelgericht en planmatig te werken. Ton Boot heeft bij mijn weten nooit een vrouwenteam getraind, maar daar mag ik naast zitten. Maar hij heeft gelijk. Want als er iemand is die recht van spreken heeft over de vrouwelijke psyche, dan is het uw scribent. Ik ben ervaringsdeskundige bij uitstek. Mijn jeugd werd geteisterd door vier oudere zussen, mijn beste vrienden zijn vriendinnen en al vrijwel mijn gehele arbeidzame leven breng ik grotendeels door met collegaatjes, want zo worden vrouwelijke collega’s doorgaans aangeduid. Vreemd genoeg kleineren vooral vrouwen onderling mekaar als zodanig. Hier is nog een emancipatorisch slagje te maken, dunkt me. Nu echter of all females Cisca Dresselhuys opzij is gaan staan….?
Maar goed, leer mij de (sport)vrouwtjes kennen. Geen fanatieker soort op aard! Rivaliserend, intrigerend, irriterend en manipulerend. Oké, dat doen ze niet alleen naar de tegenstander toe, maar ook onderling als team. Het is dan ook een tour de force om een groep vrouwen te coachen. Slaag je er echter in om al die eigenschappen collectief te stuwen richting opponent, dan heb je goud of in elk geval eremetaal in handen. Dan houdt zelfs een mastodonte als de Italiaanse waterpoloster Casanova(what’s in a name!) niet het hoofd boven water tegen onze en masse knijpende, trekkende, spugende en uiterst doeltreffende, nationale waterpolovrouwen.
De meiden gaven alleen zelf niet graag toe dat ze fanatiek waren, dat ze eigenlijk koste wat kost wilden winnen. ‘Als ik maar fijn gespeeld heb’ of ‘Meer dan mijn best kan ik niet doen’. Zo klonk het vaak vóór of na de wedstrijd uit feminieme hoek. Wie de dames echter goed observeert tijdens het spel, ziet een hoop latent fanatisme; bespeurt wel degelijk, zij het verholen, teleurstelling, frustratie en wraakzucht bij verlies, en besmuikt en gniffelend plezier, ja zelfs oogluikend leedvermaak bij winst. Maar dat alles is nu, zeker op topniveau, verleden tijd. Dé verklaring voor de onstuitbare opmars der IJzeren Maagden is simpelweg het gegeven dat ze er nu ronduit voor uit durven komen en al hun wapens in de strijd gooien om de irritantes aan de andere kant van het veld, de streep of het net af te straffen. En wij mannen, die het aureool van fanatisme, onoverwinnelijkheid en onverzettelijkheid met ons mee denken te dragen, wij steken hierbij schril af en delven het onderspit en allesbehalve goud. Wij zijn véél softer, ons stoere imago ten spijt. Wij verbroederen liever met de vijand in plaats van hem te verpletteren. Onze zusters hebben hier geen boodschap aan. Als zij de voorbereiding, het trainingskamp, zelfs het Bancrasmodel hebben overleefd dankzij mentale begeleiders en coaches die engelengeduld moeten betrachten om het onderlinge gezeur en getreiter, de rivaliteit en jaloezie het hoofd te bieden – dan is er geen sterker en effectiever leger inzetbaar dan een vrouwenteam. De Olympiade zal dan ook weldra worden omgedoopt tot De Spelen Der Verzustering, maar niet heus.

Posted by heinscatchup in 21:10:33 | Permalink | Comments (3)

Tuesday, August 26, 2008

Blog aan been

Zo word je dus door je eigen vlees en bloed voor het blog gezet! En óók nog eens met een dubbele agenda, want ze willen me verre houden van de voetbalforums omdat ze bang zijn dat ik daar mezelf – of hen – blameer of compromitteer. Maar wel mooi zelf stukjes schrijven, en passant de sier makend met mijn vroegere columnnaam, en hard gras voor mijn voeten weg maaiend door zelf een voetbalblog op te zetten!! En als er nu bijna geen andere weblogs waren! Ze struikelen welhaast over mekaar of meer toepasselijk: ze raken in mekaar verstrikt en menigeen spint er garen bij.
Deze weblognaam zou ik nu zelf niet meer hebben verzonnen; ik ben de verleiding doch niet de schaamte van Wortspielerei en rijmelarij allang voorbij. Dat velen die mij kennen, dit lezende, meewarig het hoofd zullen schudden, neem ik maar voor lief. Ik houd het er vooralsnog op dat de zoonslief nog volop in die fase verkeren en dat ik ook ooit zo begonnen ben. Maar natuurlijk ben ik apetrots dat ze de moeite hebben genomen om deze ‘val’ voor mij op te zetten. Dat ze in mijn voetsporen zijn getreden en aantonen dat ze de liefde voor de taal niet van een vreemde hebben. Maar ja, ik word nu eenmaal niet graag voor het blog gezet, door wie dan ook.
 
Ach, eigenlijk weet ik gewoonweg niet wat ik ermee aan moet. Wie zit er nou op mijn gemekker te wachten? Is er leven na Primeurs en Bieslog? Met nederige excuses aan Wim de Bie voor alleen al het gebruiken van beide onvergelijkbare grootheden in één zin. Het is niet voor niets dat dit eerste come-backartikeltje zó lang op zich heeft laten wachten. Ik heb er, net als vroeger, echt op zitten te bloggen. Beschouw het maar als de vingeroefening van een herintreder, als voorproefje, als inleiding op hopelijk meer en dan vooral op meer inhoudelijke en oorspronkelijke bijdragen.
De titel en de openingszin geven al aan dat ik hopeloos verslaafd ben aan woord-, taal- en naamvondsten, die verleiding niet kan en niet wil weerstaan en de schaamte dus lang en breed voorbij ben. De desperate poging van hierboven om het tegendeel te bewijzen ten spijt. Mijn credo luidt dat een vondst of grap leuk of niet leuk is, ongeacht uit welke hoek, groep of categorie deze afkomstig is. Spitsvondigheid kent geen grenzen, geen allochtonen, geen inburgeringscursus en geen taboe’s. Het is van alle tijden, alle gezindten en alle geledingen. Van ons allemaal dus, ook al haalt men in pretentieuze, literair veronderstelde kringen er de neus voor op. U bent dus gewaarschuwd: het spelerige, neologistische (hier de daad meteen bij het woord voegend?) element zal op deze plaats nadrukkelijk aanwezig zijn. Zijt gij hiervoor allergisch, dan is het raadzaam uzelve daartegen te beschermen. Ik ben inderdaad niet vies van enigszins archaïsch woordgebruik, koketteer gaarne met mijn onuitputtelijke woordenkennis, ahum, en laat in gezelschap nog steeds regelmatig vallen dat ik op de Lagere School een tien had voor ‘foutloos schrijven’. Haak nu echter niet meteen af, want wellicht slaag ik erin u te verrassen met een creatieve en onverwachte invalshoek, een vernieuwend standpunt of wie weet wel met krachtige oneliners om ook de jeugd van tegenwoordig te pleasen.
Ik zeg hierbij toe dat de volgende bijdrage niet zo lang op zich zal laten wachten. Om de nieuwsgierigheid wat te prikkelen, verraad ik alvast dat het in elk geval over vrouwen zal gaan.
Welaan, het blog aan mijn been is al een stuk lichter geworden, dus tot dra.
Posted by heinscatchup in 17:00:00 | Permalink | Comments (6)

Wednesday, June 4, 2008

Beste Bezoeker,

Welkom op het blog van Hein Meurs. Na een radiostilte van ongeveer 7 jaar heeft Hein besloten zijn pen weer te laten spreken. Regelmatig zal hij zijn scherpe en kritische blik werpen op de maatschappelijke ontwikkelingen in binnen- en buitenland. Daarnaast kunt u ook zijn Primeurs van weleer teruglezen. Maar liefst 13 columns uit de jaren 2000 en 2001 staan op dit moment op het blog. Wij wensen u veel leesplezier toe en laat u vooral niet na een reactie te plaatsen!!

Posted by heinscatchup in 11:26:48 | Permalink | No Comments »

Tuesday, June 3, 2008

Primeurs, januari 2001

Neem een grote hal, zet Corry Konings, Vader Abraham, Jantje Smit, Marianne Weber en Frans Bauer op het podium, prop de hal vol met verstandelijk gehandicapten, gooi er nog een zak friet en een gratis consumptie tegenaan en het is feesten geblazen. Uit alle delen van het land zijn ze in grote touringcars aangevoerd, worden bij aankomst voorzien van een button of een sticker en door vriendelijke doch vastberaden vrijwilligers naar hun vaak moeilijk bereikbare zitplaatsen gedirigeerd.
Jaarlijks wordt deze vertoning op meerdere plekken opgevoerd en uiterst trouw en gewillig laat onze klantenkring zich dit telkens opnieuw weer welgevallen. Ik zal niet spreken van een wanvertoning, want het is allemaal goedbedoeld en vaak geheel belangeloos, maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat er wat al te gemakkelijk wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de kwaliteit en diversiteit er bij dit publiek minder toe doet; ze lachen en zingen toch wel mee.
Toegegeven, Konings en consorten mogen zich verheugen in een fanatieke aanhang onder de verstandelijk gehandicapte medemens. Maar ik weet uit ervaring dat er ook velen zijn die er weinig van moeten hebben en die veel liever een stevige rockband zouden zien en horen. Die een veel bredere smaak en kennis hebben van muziek dan kennelijk algemeen wordt aangenomen, gezien het uiterst eenzijdige, stereotiepe aanbod.

Alomtwege wordt kleinschaligheid gepropageerd en ook toegepast, maar de massaliteit en overstructurering van dit soort evenementen kent nergens zijn weerga. Bezoek zelf maar eens een popconcert. Dan bemerk je hoe moeilijk het voor jou al is om als ‘normaal’, mobiel persoon de tap, laat staan het toilet te bereiken. Vele volgzame bezoekers van het soort megaconcerten als in aanvang beschreven, moeten zich vaak uiterst ongemakkelijk, overgeleverd zo niet ontredderd voelen, afhankelijk als ze zijn van begeleiding en omstandigheden.  De meesten zullen  blijven lachen, omdat ze dit zichzelf hebben – of is -aangeleerd, iets wat door de artiesten en de organisatie weer wordt gemisinterpreteerd  als een bevestiging van hun uitgangspunt, waardoor de toegift wederom is verzekerd. Hun zij dat nog vergeven, maar gij die de zorg van uw eigen cliëntèle moogt coördineren, zoudt toch beter moeten weten. Al weet ik dat er een kersverse, alleszins talentvolle staffunctionaris is, die Franske Bauer onmisbaar acht bij de zorg voor een normaal bestaan. Ach, een staffunctionaris is ook maar een mens… Bij mij treedt er een acute storing op in mijn circulatie- en  bewegingsapparaat, wat en waar dat dan ook moge wezen… Zulks geschiedt zeker en vast bij vele verstandelijk gehandicapte medemensen, maar dat ben ik nog in geen enkel zorgplan tegengekomen.

Het wordt de hoogste tijd voor een meer kleinschalig, vraaggestuurd muzikaal aanbod. En hoe genereus ook, het hoeft echt allemaal niet voor niks. Wanneer de klant voldoende keuze heeft, is deze gaarne bereid te betalen voor datgene wat hij of zij werkelijk mooi en aantrekkelijk vindt. Het zal in elk geval de kwaliteit ten goede komen. Daarbij zit er aan dat kosteloze ook nog een stigmatiserend, weinig normaliserend, gewennend effect. Men gaat het vanzelfsprekend vinden dat alles gratis is en heeft er dientengevolge de grootste moeite mee wanneer er wel betaald dient te worden. Een schone taak voor Erik de Voorman van het Severinusontspanningsgebeuren. Want wie anders dan Severinus zou het voorbeeld moeten geven, de trend moeten zetten, de kar moeten trekken?! Wie kan er beter de artiest omgekeerd integreren in zijn publiek?!

Wij hebben onze eigen Van Morrison, in de persoon van Dirty (old man) Harry  ‘dubbeljoe’ Bush en niet te vergeten onze ideale huismix van Hans en Candy Dulfer, in de gedaante van de man met het meest sonore stem- en saxofoongeluid van Severinus en omstreken, the one and only Theo van Dooren!!
Sorry Corry, je hebt het zelf zo treffend gezongen in die fraaie klassieker, maar het heeft meer betrekking op jezelf en je klonen dan je wellicht wenst toe te geven: Mooi was die tijd…

Posted by heinscatchup in 16:40:31 | Permalink | No Comments »

Primeurs, februari 2001

Het blijft tobben, dames en heren, wanneer een bedrijf wonen, werken en recreëren moet initiëren, organiseren en exploiteren, en dat dan ook nog eens wil normaliseren en integreren. Want Severinus is een bedrijf, gemeten aan het aantal werknemers zelfs een van de grootste van Veldhoven. En bij een bedrijf past een bedrijfsmatige aanpak, terwijl in de visie ten aanzien van het wonen en het individu een zo normaal mogelijk leven wordt voorgestaan, met een façade van woonvriendelijkheid en kleinschaligheid. De strijd en verwarring omtrent de benaming van de doelgroep, bewoner of cliënt, is illustratief voor dit dilemma. In een huis wonen nu eenmaal geen cliënten, het management daarentegen heeft geen bewoners.

Hoezeer we hier soms(?) mee worstelen, blijkt uit de grote schoonmaakoperatie, uit het poetsen dat tot reinigen, moppen, nat afnemen en wetenschap is verheven. Althans mijn MULO-opleiding is volstrekt ontoereikend om de werkschema’s, de arbeidsfilosofie en de terminologie van de hedendaagse interieurverzorging te doorgronden.
Dat we in de Severinusvolksmond nog vaak reppen van de ziekenhuisdienstengroep is alleszeggend voor de bedrijfsmatige insteek in deze. We hebben deze functie ingehuurd, er  uiteraard een prijskaartje aangehangen  en op dit prijskaartje prijkt momenteel de naam Asito, Asito Medical Facilities om volledig te zijn. Een professionele opruimingsdienst dus, welke zich de komende tijd mag waarmaken door ons ervan te overtuigen dat er voor deze prijs grondig en efficiënt kan worden schoongemaakt. Zeg maar een Asito-toets voor de poets en deze vergelijking is toepasselijker dan op het eerste oog lijkt, zal zodadelijk blijken. 

Argeloos als ik ben, ging ik ervan uit dat het allemaal wel zou loslopen en dat het voor ons weinig verschil zou uitmaken. Toen ik echter, in ons sectoroverleg, die twee veel te jonge yuppen in hun veel te ouwelijke pakken namens Asito hoorde vertellen dat het reinigen terug naar de basis moest, begon ik nattigheid te voelen, een overigens voorspelbare sensatie in deze context… Ze willen zelf terug naar de basisschool en vandaar die toets, dacht ik eerst nog. Maar nee hoor, toen de machtsoverdracht van de oude naar de nieuwe allesreiniger letterlijk op onze naar een flinke beurt hunkerende vloer had plaatsgevonden, zagen we niet alleen onze vertrouwde interieurverzorgster ijlings in haar mopwagen vertrekken, maar bleek ook de bezem zó grondig door ons urenpakket te zijn gehaald dat zelfs een witte turbosupertornado hier met faalangst en burnout te kampen had gekregen. Back to basic, we waren geheel terug naar af. Wie had ons deze poets gebakken?!! Ze zouden onderhand toch moeten weten dat je met ons niet moet proberen de vloer aan te vegen?!!

Vanzelfsprekend trad toen het afschuifsysteem, het zwartepietenspel in werking. En ach, het zal uiteindelijk wel weer goed komen, maar het zou toch eigenlijk ook een zelfreinigend effect moeten hebben op het management.
Want het ene huis is het andere niet. Normaal waar het normaal kan, bijzonder waar het bijzonder moet, zo luidt een interessant uitgangspunt in de beleidsvisie van Severinus, toch?

Hoe normaler de woonsituatie, hoe normaler de facilitering dus zou moeten worden geregeld. Een huis waar veel verzorging, behandeling wordt vereist en waar weinig tot geen behoefte aan en sprake is van communicatie tussen interieurverzorgenden en bewoners, daar zou juist deze facilitering zo efficiënt en zakelijk mogelijk geregeld moeten worden. In huizen zoals de “onze”, waar de bewoner zich veel meer bewust is van de eigenheid van huis en (bad)kamer, daar past geen onpersoonlijke, klinische en strikt afgemeten schoonmaakfunctie. 
Ik pleit dus voor het maken van onderscheid, voor poetsfunctiedifferentiatie, waarmee en passant een nieuw woord is toegevoegd aan het toch al zo bloemrijke vocabulaire in poetsland, terwijl de liefhebbers van scrabble en “galgje” er eveneens hun voordeel mee kunnen doen.

Of Asito de toets der kritiek zal kunnen doorstaan, moeten we afwachten, evenals het zelfreinigende effect op het management. Nieuwe bezems vegen schoon, maar vooralsnog lijkt het meer op een ouwe mop.

Posted by heinscatchup in 16:40:11 | Permalink | No Comments »

Primeurs, april 2001

Requiem Voor Een Zwaargewicht Part Two

Alweer ruim zeven jaar geleden stond nagenoeg dezelfde necrologische aanhef boven een bespiegeling van mijn hand naar aanleiding van het vertrek van Theo van Bakel richting Zeeland. Nu ook Theodorus Coppens inmiddels de moederschuit heeft verlaten, lijkt me dit dè gelegenheid om opnieuw het requiem aan te heffen. Maar eigenlijk behoort het ware requiem toe aan de helaas veel te vroeg overleden Theo Lammers, ook deel uitmakend van de roemruchtste lesgroep uit de Severinushistorie. Je zou denken aan een studie theologie, maar Theo weet als geen ander dat dit, zoals zoveel in welke opleiding dan ook, van A tot Z is gelogen.

- Ik realiseer me nu dat ‘moederschuit’ slechts één luttel lullig lettertje (o heerlijke allitteratie!) verschilt van ‘modderschuit’, maar we gaan nergens mee gooien, want we zitten allemaal even in hetzelfde schuitje. Dit requiem is uitsluitend bedoeld als eerbetoon aan ons aller Theo Coppens, die zowel de toekomst heeft verzekerd als het lot gaat bezegelen van menig Severinusemployé en van mij in het bijzonder, door zich sterk te gaan maken voor de Veldhovense bejaardenzorg.
 
- Een telg van wellicht de omvangrijkste Veldhovense dynastie, Het Groot Niet Te Vermijden Blaasorkest: de familie Coppens. In plaatselijke kringen ook wel, wat oneerbiedig, aangeduid als ‘veul kop en veul pens’. In elk geval is Theo een onmiskenbaar exemplaar van dit roemrijke geslacht. Het type ruwe bolster, blanke pit; een grote mond, maar een klein hartje.

Begin zeventiger jaren, nauwelijks zeventien jaar oud, meldde hij zich aan bij Severinus. Blij, bleu en blozend, in één woord: ontwapenend. Het was de ontbolstering van de Bende Van Vijf – Bakel, Coppens, Dinther, Hoof, Meurs – die elk op geheel eigen wijze een opvallende rol zouden gaan vervullen in de toekomstontwikkelingen van Severinus. Eenmaal volwassen en wat ervaringen rijker geworden, viel hem de eer te beurt deel uit te gaan maken van het startteam van de moeder aller buitenhuizen en werden we dus directe collega’s. Zijn verblijf bij ons werd nog even op zeer ontwapenende wijze doorkruist door een gedemilitariseerde zone op de keuterboerderij.
Anekdotes te over uit onze samenwerkingsperiode, maar het is bijna vaste prik dat ik er eentje uitlicht. Hilvarenbeek, jeugdherberg, vakantie bewoners. Theo, Carla en ik evalueren de dag tot in de kleine uurtjes, bijgestaan door een binnengesmokkelde fles vuurwater en een grote zak pinda’s. Theo had net een nieuw gebit laten aanmeten, kennelijk om toen al blijk te geven van zijn grote affiniteit met de bejaarde medemens… De fatale combinatie van drank, pinda’s en kleefpasta had echter in toenemende mate een verwoestende uitwerking op zijn spraakvermogen. Hoewel zijn lichaamstaal een hoog filosofisch gehalte suggereerde van zijn zowel krachtige als langdurige betoog, was hij even onnavolgbaar als onverstaanbaar. Dat kon de pret niet drukken, integendeel. Zelden heb ik nog ooit zó gelachen, zeker toen tegen de morgen bleek dat hij de hele tijd op zijn praatstoel in een punaise had gezeten!! Misschien heeft ie ons dat wel willen vertellen die onvergetelijke nacht, hij raakte er in elk geval niet geprikkeld door en bleef lachen, zij het als een boer met MKZ. Dat hij ook toen al ruim in zijn vlees zat, zal er niet geheel vreemd aan zijn geweest.
Ik voel me toch een beetje verantwoordelijk voor zijn opvoeding en opleiding, al zal hij dat zelf wel niet geheel onderschrijven. Niettemin werd hij, na enige jaren buitenshuis te hebben vertoefd, weer binnengehaald en geroepen tot een hoger ambt. Schier onvermijdelijk volgde hij toen ook de raad op om de Severinusonderneming met argusogen te volgen, een al even schier onvermijdelijke stap in het kader van de carrièreontwikkeling. En dat maakte mij weer voor de zoveelste keer tot buitenbeentje als enige van de Bende Van Vijf zonder ordeteken.
Als OR-secretaris rookte hij menige zware pijp en kreeg hij heel wat sigaren uit eigen doos gepresenteerd. Echter zijn schoorsteen moest ook roken, dus ondernam hij diverse pogingen om zijn horizon te verbreden en zijn vleugels uit te slaan binnen de Severinusgelederen. Dit heeft niet mogen baten, dus trok Theo de stoute schoenen aan, vond elders emplooi en dat is mooi.
Voor mij blijft hij even ontwapenend als altijd, want de stoere pose en taal ten spijt, die jongensachtige blos raakt hij nooit kwijt.
En wie weet is het toch die punaise geweest van destijds die hem de juiste prikkel heeft gegeven om zijn tanden ergens anders in te zetten. Hij is in elk geval zijn gewicht in goud waard.
  

Posted by heinscatchup in 16:39:51 | Permalink | No Comments »

Primeurs, mei 2001

Sommige woorden intrigeren mij mateloos en ‘vrijwillig’ behoort daar zeer zeker toe. Nu heb ik begrepen dat 2001 het jaar is van de vrijwilliger, dus dat komt mooi uit. Er zit namelijk van alles in. Vrijheid, wilskracht, wilsbeschikking, vrije wil, vrijen, willen, gewillig en gewild zijn. En het staat eenieder vrij om zich gewaarschuwd, aangemoedigd dan wel tamelijk gerustgesteld te voelen bij uitingen als vrij veilig, vrij veel of vrij weinig.
Niet alleen het woord, het hele fenomeen ‘vrijwilliger’ is iets wat me al jaren bezighoudt. Ook met vrijwilligers kun je alle kanten uit. Het is een leger, gewapend met een onstuitbaar enthousiasme, dat onbetaalbaar en onverslaanbaar is. Het is al vaker gezegd, maar zonder vrijwilligers zou welke professionele organisatie in de quartaire sector dan ook, als een kaartenhuis in elkaar zakken. Over de doden en de vrijwilligers niets dan goeds, nochtans ben ik zo vrij om dat een kwalijke zaak te vinden. Wie zijn lot laat afhangen van vrij gewilligen, verdient in geen enkel opzicht het predikaat professioneel. Of misschien moet ik zeggen: een overheid waarbij, of een politiek klimaat waarin, professionele organisaties vrijwel afhankelijk worden gemaakt van vrijwilligerswerk, moet per definitie worden gewantrouwd.

Het is echter een complexe materie. Waar vele organisaties, instanties, clubs en verenigingen niet zonder hun vrijwilligers kunnen, kunnen tegelijkertijd vele vrijwilligers niet zonder hun vrijwilligerswerk. Anders gezegd: een vrijwillekeurige(..) voetbalclub heeft zonder vrijwilligers geen bestaansrecht, maar zonder voetbalclub zou menige vrijwilliger een ledig bestaan hebben. Op zijn minst hebben ze dus elkaar nodig. Het vrijwillige aspect krijgt dan al snel een meer dwangmatig karakter, met alle gevolgen van dien. En dan heb ik het nog niet over de stem des volks die rept van een kwaaie vrouw of man thuis en daar niks te vertellen hebben, compensatie voor mislukte carrières en liefdadigheidswerk omdat man- of vrouwlief  te veel verdient. U begrijpt, ik heb zelf ook mijn vrijwilligersfase gehad en ik ben daar niet vrolijk van geworden. Laten we het er maar op houden dat ik er niet voor in de wieg ben gelegd.

Gelukkig zijn er nog wel vele geboren vrijwilligers of eigenlijk zou het passender zijn te spreken van vrijwilligsters, omdat volgens mij het merendeel van dit legioen van vrouwelijke kunne is. Wees niet bang, ik ga hierover niet nog meer psychologiseren dan ik hiervóór al heb gedaan; wie de schoen past, trekke hem geheel vrijwillig aan. En voor een veel betere persiflage verwijs ik gaarne naar Jiskefet.
Het is altijd gevaarlijk namen te noemen, maar dat neem ik dit keer voor lief. Je hebt nu eenmaal mensen die vrijwilliger zijn en je hebt er die het spelen, die het acteren, maar het nooit echt worden. Schaar uzelf nu niet meteen onder deze laatste categorie, wanneer u niet wordt vernoemd. De kans is groot dat u daarmee uzelf groot onrecht aandoet en dat verdient u waarschijnlijk in geen enkel opzicht. Het is een uiterst kleine, volstrekt vrijwillekeurige selectie en volgorde, geheel voor eigen rekening.

Denkend aan Severinus zie ik de geslaagde pogingen van mevrouw Vervoort om versgediplomeerden in de bloemetjes te zetten. En in een adem noem ik dan de dames
Van Calker en De Jong, vitaal en krachtig als hart en long. Maar de ultieme, bijna vleesgeworden vrijwilliger is voor mij Hans van Berkel. Al tijdens zijn professionele, bezoldigde bestaan zag ik hem steeds voor een vrijwilliger aan.

U zult het mij hopelijk niet euvel duiden, wanneer ik nog even onze eigen onvolprezen vrijwilligers in het zonnetje zet. Om te beginnen Rinus de Zeeuwsche Brabander, in Biezenkuilenkringen wel aangeduid als Zeverrinus, die fietsend met bewoners door weer en wind, toch steeds maar weer de weg terugvindt. Met in zijn koelkast zijn eigen vloeibare Nandrolon. Bij Studio Sport hebben ze tegenwoordig de machine IJzeren Rinus, maar alleen onze Rinus mag aanspraak maken op dit predikaat. Dan hebben we de heren Francois en Kriele, spoorzoekers in de trein op wielen. En niet te vergeten de tweelingbroer van huismeester Jan, Henk v/d Heijden, op de computer Frank z’n geleide. 

Deze geheel vrijwillige bijdrage is bedoeld als hommage aan alle ferme soldaten aan het vrijwilligersfront. Uw vrije wil geschiede op aarde (thuis) zoals in de hemel (Severinus).
 

Posted by heinscatchup in 16:39:27 | Permalink | No Comments »