HEINSCATCHUP IS VERHUISD!!!
Vooropgesteld: ik heb geen geld. Nochtans zult gij mij niet horen klagen, daar ik ook wel weer zóveel pecunia bezit om datgene wat mij wel of niet bevalt, betaald te zetten. Evenmin heb ik verstand van geld of van economische principes en bancaire zaken. Ik ben een volbloed alfa, een zelfverklaarde bêtablokker. Van cijfers, getallen, berekeningen heb ik geen kaas gegeten en al hélemaal niet van de zogeheten financiële wereld die bestaat uit beurzen, aandelen, effecten, koersen en indexen. Ik ken alleen To The Wall Street Shuffle van 10 CC. Altijd gedacht dat de AEX-index stond voor Altijd Eerst Xenofobenregister, als variant op eigen volk eerst. De beurs is voor mij nog steeds de portemonnaie die in mijn kontzak zit, beleggen doe ik mijn boterham en speculeren doe ik altijd en overal, behalve op de/mijn beurs. U kunt zich derhalve voorstellen dat ik al een paar maanden nóg minder van deze wereld begrijp dan ik al deed.
Want we verkeren in een kredietcrisis. We zijn de recessie, dus de wanhoop nabij. Vreemd genoeg boeit en verwondert dat mij enorm, zoals ik wel vaker heb met zaken die me ver te boven gaan. Het zijn de sociologische, psychologische en emotionele elementen in het wereldverbreide Monopoly-spel die mijn aandacht trekken en mijn fantasie prikkelen. Maar bovenal zijn het taalgebruik, de metaforische hype en het opmerkelijke medische jargon de triggers van mijn fascinatie voor deze massahysterie. Dat zaken als vertrouwen versus wantrouwen, rust versus paniek, verantwoord handelen versus onnodige risico’s nemen van eminent belang en invloed zijn op welke sector dan ook, dát zijn dingen die juist ik heel goed begrijp. Evenzeer begrijp ik het papegaaien- en kuddegedraggehalte dat op kan treden in dit soort barre tijden. Ik bedoel maar, Hitler was nooit zo berucht geworden zonder deze sociaaleconomische paradigma’s. Wat ik echter maar niet kan vatten, is dat een bank dreigt om te vallen en dat dit welhaast nog meer aandacht en angst genereert dan het omvallen van de Twin Towers of al die huizen en gebouwen instorten als gevolg van oorlogsgeweld in Afghanistan, Irak en Uruzgan. Het lijkt verdomme wel of de Engelsen hun eigen Pound Zero willen creëren door bijna eigenhandig de Engelse Bank omver te stoten!! Een lokale krant kopte recent op de voorpagina: Bloedbad op de beurs. Ik meteen lezen welke computernerd nu weer naar het wapen had gegrepen en hoeveel dodelijke slachtoffers hij op De Amsterdamse Effectenbeurs had gemaakt. Niets van dit alles, de koersen waren weer gezakt toen iemand zijn beurs had geopend en gesloten. Nu vraag ik u!! Kan het ook een pondje minder!
Maar toch, het kan niet missen: de financiële markt is ziek. En het is niet zomaar een verkoudheidje of een griepje, neen het is een hardnekkig virus dat moet worden bestreden met kapitale injecties, alle doorgezakte bankinstellingen moeten aan het infuus. Met De Staat als sanatorium, Wouter Bos als geneesheer-directeur en Nout Wellink als plastisch chirurg om het bankwezen haar gezicht te laten redden. En daar staan ze weer gebroederlijk – nou ja, Noutje meer als backing vocal – op de kansel om de pers en het volk minzaam doch kredietopbouwend gerust te stellen met alwéér een aalmoes voor een wankelende bank. B(os) & W(ellink), de Burgemeester en Wethouder (zoek de verschillen tussen Wellink en Hekkink..) van De Staat Der Nederlanden. Over gestaald vertrouwen gesproken! De Verenigde Banken zetten hun eigen Archie, de man van Boele Staal in om hun gebouwen te funderen en te stutten. Het gezegde door de bank genomen, krijgt in deze context een geheel andere betekenis…
Ach, het geeft maar weer eens aan waar we ons écht druk om maken. Goed, ik geef toe: als dit zo doorgaat kost het banen, gaan bedrijven op en ouderen aan de fles, zo las ik vandaag in de krant. Dan denk ik: hoe meer er wordt gedronken, des te meer wordt er omgezet, accijns in het staatslaatje, kassa! Maar da’s dan weer te simpel geredeneerd door deze bêtablokker. Deze alfabeet weet dan weer wel dat dit van alle tijden is. Een voorspelbare golfbeweging die ontsproten is uit de misplaatste overtuiging van de jaren ’80 dat privatiseren zaligmakend is voor de economie en de kwaliteit van werk en product. Dat deze ‘crisis’ het resultaat is van een hoog- en overmoedige, lange staat van beleg(gen) door megalomane bankiers en financiers die ook nog eens operant werden geconditioneerd door forse bonussen. Gelukkig heb ik van schijnbare zekerheden meer verstand.
Na door velen te zijn gewezen op mijn bevooroordeeldheid en stereotyperingen aangaande het Duitse volk en nadat zij mij bovendien verzekerden dat Duitsland in vele opzichten ein fast ideales Ferienort war, heb ik me gestort op de Wiedergutmachung. Onderweg luidkeels zingend: ‘Wilma, wir fahren nach Trier’, togen we naar Rheinland-Pfaltz, de streek van die Mosel, die Saar und die Weintrauben. Inderdaad, Trier, de oudste stad van Duitsland en de stad van Karl Marx. Und jawohl, ik ben helemaal om! Prachtige natuur, mooie oude architectuur en – niet te versmaden – een ausgezeichnete drink- en eetcultuur. Dat we dikke autopech kregen, is waarschijnlijk de tol die ik moet betalen voor mijn jarenlange miskenning van een natie die het, haar verleden ten spijt, verdient om op haar huidige merites te worden beoordeeld. Overigens was die autopech en alle rompslomp daaromtrent een mooie gelegenheid om te profiteren van de alom geprezen en soms gevreesde Duitse Ordnung und Pünktlichkeit. Welnu, vergeet het maar! Niets Menschliches blijkt de Duitsers vreemd. En gek genoeg doet ook dát me deugd. Dat de stereotypering niet klopt. Het maakt hen in mijn ogen toch weer wat sympathieker. Het kan niet anders dan dat ik mijn gevoelens voor dit lange tijd zo getroebleerde land heb onderdrukt(..), als het ware heb weggemoffeld.
Het wordt tijd voor mijn eigen wederopbouw en ook om hierbij, al dan niet onder invloed van de zinnenprikkelende Riessling en schatplichtig aan JFK, unverfroren en hardop uit te spreken: “Ich bin ein Trierer”. Want ik moet natuurlijk wel even afwachten of andere plekken ebenso schön und gemütlich sind. Voor nu zeg ik u: “Auf Wiedersehen und zum Wohl! ”
Natuurlijk werd de emancipatie erbij gesleept. Alsof (vermeende) vrijheid en zelfstandigheid vanzelfsprekend leiden tot betere prestaties! Het vroegere IJzeren Blok grossierde evenzeer in Olympische medailles en andersoortige palmares als dat het uitblonk in bureaucratische en fysieke vrijheidsbeperkende maatregelen. Zou het toeval zijn dat ook daar destijds vrijwel elke sporter staatsamateur, dus militair was? Doping, zegt u? Gaat er bij u al een ringtone rinkelen? Yuri al eens goed bekeken?
Ton Boot, zelfverklaard kenner der psyche van de topsporter en basketbalcoach, stelt dat (sport)vrouwen veel meer dan mannen in staat zijn om doelgericht en planmatig te werken. Ton Boot heeft bij mijn weten nooit een vrouwenteam getraind, maar daar mag ik naast zitten. Maar hij heeft gelijk. Want als er iemand is die recht van spreken heeft over de vrouwelijke psyche, dan is het uw scribent. Ik ben ervaringsdeskundige bij uitstek. Mijn jeugd werd geteisterd door vier oudere zussen, mijn beste vrienden zijn vriendinnen en al vrijwel mijn gehele arbeidzame leven breng ik grotendeels door met collegaatjes, want zo worden vrouwelijke collega’s doorgaans aangeduid. Vreemd genoeg kleineren vooral vrouwen onderling mekaar als zodanig. Hier is nog een emancipatorisch slagje te maken, dunkt me. Nu echter of all females Cisca Dresselhuys opzij is gaan staan….?
Maar goed, leer mij de (sport)vrouwtjes kennen. Geen fanatieker soort op aard! Rivaliserend, intrigerend, irriterend en manipulerend. Oké, dat doen ze niet alleen naar de tegenstander toe, maar ook onderling als team. Het is dan ook een tour de force om een groep vrouwen te coachen. Slaag je er echter in om al die eigenschappen collectief te stuwen richting opponent, dan heb je goud of in elk geval eremetaal in handen. Dan houdt zelfs een mastodonte als de Italiaanse waterpoloster Casanova(what’s in a name!) niet het hoofd boven water tegen onze en masse knijpende, trekkende, spugende en uiterst doeltreffende, nationale waterpolovrouwen.
De meiden gaven alleen zelf niet graag toe dat ze fanatiek waren, dat ze eigenlijk koste wat kost wilden winnen. ‘Als ik maar fijn gespeeld heb’ of ‘Meer dan mijn best kan ik niet doen’. Zo klonk het vaak vóór of na de wedstrijd uit feminieme hoek. Wie de dames echter goed observeert tijdens het spel, ziet een hoop latent fanatisme; bespeurt wel degelijk, zij het verholen, teleurstelling, frustratie en wraakzucht bij verlies, en besmuikt en gniffelend plezier, ja zelfs oogluikend leedvermaak bij winst. Maar dat alles is nu, zeker op topniveau, verleden tijd. Dé verklaring voor de onstuitbare opmars der IJzeren Maagden is simpelweg het gegeven dat ze er nu ronduit voor uit durven komen en al hun wapens in de strijd gooien om de irritantes aan de andere kant van het veld, de streep of het net af te straffen. En wij mannen, die het aureool van fanatisme, onoverwinnelijkheid en onverzettelijkheid met ons mee denken te dragen, wij steken hierbij schril af en delven het onderspit en allesbehalve goud. Wij zijn véél softer, ons stoere imago ten spijt. Wij verbroederen liever met de vijand in plaats van hem te verpletteren. Onze zusters hebben hier geen boodschap aan. Als zij de voorbereiding, het trainingskamp, zelfs het Bancrasmodel hebben overleefd dankzij mentale begeleiders en coaches die engelengeduld moeten betrachten om het onderlinge gezeur en getreiter, de rivaliteit en jaloezie het hoofd te bieden – dan is er geen sterker en effectiever leger inzetbaar dan een vrouwenteam. De Olympiade zal dan ook weldra worden omgedoopt tot De Spelen Der Verzustering, maar niet heus.
U
zult het mij hopelijk niet euvel duiden, wanneer ik nog even onze eigen onvolprezen vrijwilligers in het zonnetje zet. Om te beginnen Rinus de Zeeuwsche Brabander, in Biezenkuilenkringen wel aangeduid als Zeverrinus, die fietsend met bewoners door weer en wind, toch steeds maar weer de weg terugvindt. Met in zijn koelkast zijn eigen vloeibare Nandrolon. Bij Studio Sport hebben ze tegenwoordig de machine IJzeren Rinus, maar alleen onze Rinus mag aanspraak maken op dit predikaat. Dan hebben we de heren Francois en Kriele, spoorzoekers in de trein op wielen. En niet te vergeten de tweelingbroer van huismeester Jan, Henk v/d Heijden, op de computer Frank z’n geleide. Deze geheel vrijwillige bijdrage is bedoeld als hommage aan alle ferme soldaten aan het vrijwilligersfront. Uw vrije wil geschiede op aarde (thuis) zoals in de hemel (Severinus).